ECLI:NL:RBDHA:2026:12017

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 mei 2026
Zaaknummer
C/09/702656 / FA RK 26-3282
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor drie maanden

De rechtbank Den Haag behandelde op 15 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een chronische psychotische stoornis en middelenmisbruik.

Betrokkene verzette zich tegen het verzoek en stelde dat er geen sprake was van ernstig nadeel, mede omdat het laatste geweldsincident dateerde uit 2018. De psychiater bevestigde het chronisch psychotisch beeld en het amfetaminegebruik, dat leidt tot manisch gedrag en verbale agressie, maar recente geweldsincidenten konden niet worden onderbouwd.

De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren, maar achtte de medische verklaring onvoldoende onderbouwd. Daarom werd de zorgmachtiging toegewezen voor drie maanden en de rest van het verzoek aangehouden voor nader onderzoek, waarbij een onafhankelijke medische verklaring, een overzicht van UC-tests en incidenten, en een concreet behandelplan worden verlangd.

Uitkomst: De zorgmachtiging wordt toegewezen voor drie maanden en de rest van het verzoek aangehouden voor nader onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/702656 / FA RK 26-3282
Datum beschikking: 15 april 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Tussenbeschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. E. Bruijn te Amsterdam.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 26 maart 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 31 maart 2026;
- een zorgplan van 31 maart 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 1 april 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam 2] ;
- de begeleider, [naam 3] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat hij het niet eens is met het verzoek.
Er is geen sprake van ernstig nadeel voor hemzelf of anderen. De laatste keer dat zich een geweldsincident heeft voorgedaan, was in 2018. Betrokkene gebruikt incidenteel amfetamine. Hij wil graag op zichzelf gaan wonen.
De advocaat van betrokkene heeft primair afwijzing van het verzoek en subsidiair een verkorte toewijzing van het verzoek van twaalf maanden bepleit. De verstrekte informatie in de stukken en ter zitting is te summier.
Betrokkene houdt zich aan de afspraken, ook met de vrijheden die hij heeft. Betrokkene kan soms agressief zijn in zijn taalgebruik, maar daar blijft het ernstig nadeel dan ook bij. Betrokkene erkent middelen te gebruiken, maar dit leidt niet tot incidenten. Betrokkene is opgenomen op een afdeling met zware problematiek, het valt te betwisten of hij op de juiste afdeling zit gelet op het geringe ernstig nadeel dat hij zou veroorzaken.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat er sprake is van een chronisch psychotisch beeld. Betrokkene heeft vrijheden, maar die moeten regelmatig tijdelijk worden ingeperkt als sprake is van manisch gedrag door het amfetaminegebruik. Het amfetaminegebruik wordt bevestigd middels UC-testen en betrokkene is hier ook open over. Het precieze aantal positieve uitslagen op de UC-tests weet de behandelaar niet. Er is geen sprake geweest van geweldsincidenten. Het is niet duidelijk voor de behandelaar waar de recente geweldsfeiten die in de medische verklaring zijn vermeld dan op doelen. Betrokkene belt wel zelf de politie zeer regelmatig met psychotische ideeën.

Beoordeling

Op 29 april 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 29 april 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een psychotische stoornis en middelenmisbruik.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is chronisch psychotisch. Wanneer betrokkene drugs gebruikt, nemen deze psychotische symptomen toe. In het verleden heeft dit tot ernstige geweldsincidenten geleid. De afgelopen tijd hebben zich geen ernstige incidenten meer voorgedaan. Betrokkene gebruikt amfetamine, dit is dan te merken in zijn toestandsbeeld. Dan vertoont hij verbale agressie en is moeilijk te sturen in zijn gedrag. Betrokkene behoeft over het algemeen veel sturing en begrenzing. Zonder deze intensieve zorg en begeleiding is het risico erg groot dat betrokkene maatschappelijk teloor gaat en zichzelf gaat verwaarlozen.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene is het voor een groot gedeelte niet eens met de zorg die hij krijgt op dit moment. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
De rechtbank ziet uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken, echter aanleiding om de zorgmachtiging voor een periode van drie maanden toe te wijzen en aan te houden voor het overige. De rechtbank stelt vast dat de medische verklaring ontoereikend is qua feitelijke informatie over het verloop van de behandeling. Het ernstig nadeel is onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Er wordt kennelijk teruggegrepen naar feiten in het verleden.
Daarnaast wordt er in de medische verklaring verwezen naar recente strafbare feiten, maar deze hebben de psychiater en de begeleider ter zitting niet nader kunnen onderbouwen en blijken ook niet uit de stukken.
De rechtbank verzoekt de instelling zorg te willen dragen voor het doen opstellen van een medische verklaring waarin betrokkene door een onafhankelijke psychiater wordt onderzocht en waarin uitgebreid wordt ingegaan op het ernstig nadeel.
Ook wordt de zorgaanbieder verzocht een overzicht van de UC-tests en de incidenten op en buiten de afdeling aan te willen leveren voorafgaand aan de nieuwe zitting. Tevens verzoekt de rechtbank tot aanlevering van een concreet behandelplan.
Gelet op voorgaande zal de rechtbank het verzoek toewijzen voor een periode van drie maanden,
tot en met 15 juli 2026en de resterende duur van het verzoek aanhouden tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 15 juli 2026.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 juli 2026;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan
tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 15 juli 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 april 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.