ECLI:NL:RBDHA:2026:12009

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 mei 2026
Zaaknummer
C/09/678658 / FA RK 25-308
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken aangehouden in afwachting van hulpverlening en traject Ouderschap Blijft

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader omtrent de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor twee minderjarige kinderen, geboren in Polen. Eerder was bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben, met bezoekregelingen voor de vader op woensdag en zondag. De ouders staan op een wachtlijst voor het traject Ouderschap Blijft, dat vermoedelijk over enkele maanden start.

De vader wenst een uitbreiding van de voorlopige zorgregeling, inclusief vakanties met de kinderen. De moeder gaf aan dat communicatie tussen ouders moeizaam verloopt en dat de kinderen weerstand tonen tegen contact met de vader, vooral met betrekking tot overnachtingen. De rechtbank constateerde dat de kinderen moeite hebben met het verwerken van het verleden en dat zij spoedig hulpverlening nodig hebben, die nog niet is gestart omdat men wacht op het traject Ouderschap Blijft.

De rechtbank acht het in het belang van de kinderen om de hulpverlening zo snel mogelijk te starten, bijvoorbeeld via schoolmaatschappelijk werk of Kwadraad. Ondanks de wensen van de vader en de situatie, wijzigt de rechtbank de voorlopige zorgregeling niet en houdt zij de verzoeken aan tot 15 januari 2027. De rechtbank verzoekt de advocaten om voor die datum een stand van zaken te geven over de voortgang en de procedure. Ook de beslissing over proceskosten wordt aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over de zorg- en opvoedingstaken aan tot 15 januari 2027 en wijzigt de voorlopige zorgregeling niet.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-308
Zaaknummer: C/09/678658
Datum beschikking: 15 april 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 15 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.E. van der Meijs te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. Kocabas-Güler te Zoetermeer.

Procedure

Bij beschikking van 10 maart 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
- het verzoek tot opname van het ouderschapsplan afgewezen;
- bepaald dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op 17 oktober 2014 te Poznań (Polen);
- [de minderjarige 2] , geboren op 21 juni 2016 te Poznań (Polen);
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
- bepaald dat de kinderen voorlopig bij de vader zullen zijn:
- op de woensdag uit school tot 19.00 uur;
- op de zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur;
- waarbij de vader de kinderen ophaalt en weer thuisbrengt;
- bepaald dat het zelfstandige verzoek van de moeder ten aanzien van de kinderalimentatie zal worden afgesplitst en verder zal worden behandeld onder zaak- en rekestnummer C/09/680250 en FA RK 25-1108;
- iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten tot 15 september 2025 pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het F9-formulier van 1 oktober 2025 van de advocaat van de vader;
  • het F9-formulier van 2 oktober 2025 van de advocaat van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 27 februari 2026 van de advocaat van de moeder;
  • het F9-formulier van 9 maart 2026 van de advocaat van de moeder, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 10 maart 2026 van de advocaat van de vader, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 10 maart 2026 van de advocaat van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 11 maart 2026 van de advocaat van de vader, met bijlagen.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 17 maart 2026 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en tolk K. Kruk;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Aanvullende feiten

- Bij beschikking van 3 juli 2025 van deze rechtbank is het verzoek van de vader tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Gebleken is dat de ouders momenteel op een wachtlijst staan voor een traject Ouderschap Blijft. Dit traject kan waarschijnlijk over enkele maanden starten. De vader heeft aangegeven dat hij een uitbreiding wil van de voorlopige zorgregeling zoals bepaald in de vorige beschikking. Hij wil ook vakanties met de kinderen kunnen doorbrengen. Daarbij heeft de vader aangevoerd dat de moeder regelmatig een van de kinderen op zondag thuis houdt of een van de kinderen op woensdag na school mee naar huis neemt. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is evenwel gebleken dat de zorgregeling de afgelopen periode over het algemeen is nagekomen. De moeder heeft aangegeven dat de ouders niet op een constructieve wijze met elkaar kunnen communiceren, wat voornamelijk tijdens de overdrachtsmomenten leidt tot heftige discussies tussen de ouders in het bijzijn van de kinderen. Ook heeft de moeder gesteld dat de kinderen weerstand vertonen tegen contact met de vader. De rechtbank constateert dat de kinderen moeite hebben met de verwerking van de gebeurtenissen uit het verleden. Daarbij overweegt de rechtbank dat uit het kindgesprek is gebleken dat de weerstand bij de kinderen op dit moment voornamelijk betrekking lijkt te hebben op overnachtingen bij de vader en niet zozeer ziet op de huidige regeling. De rechtbank is echter duidelijk geworden dat de kinderen op korte termijn hulpverlening nodig hebben om het verleden een plek te kunnen geven. Op de zitting is gebleken dat hulpverlening voor de kinderen nog niet is ingezet, omdat het plan was om deze hulpverlening gelijk te laten lopen met het traject Ouderschap Blijft. De rechtbank acht dit begrijpelijk, maar zij is in dit geval van oordeel dat hulpverlening in het belang van de kinderen zo spoedig mogelijk moet worden ingezet, vooral nu gebleken is dat Ouderschap Blijft niet op korte termijn zal starten. Op de zitting is besproken dat mogelijk hulpverlening voor de kinderen kan worden ingezet door schoolmaatschappelijk werk en/of Kwadraad. Dit leent zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank gaat ervan uit dat beide ouders, de betrokken hulpverlenende instanties en/of de huisarts de nodige inspanningen zullen verrichten om de hulpverlening zo snel mogelijk in gang te zetten. In dit kader merkt de rechtbank op dat beide kinderen – met name [de minderjarige 1] – van mening zijn dat zij geen hulpverlening nodig hebben. De rechtbank is echter van oordeel dat het verleden dermate sporen heeft nagelaten bij de kinderen dat zij geholpen moeten worden met de verwerking daarvan.
In afwachting van het traject Ouderschap Blijft en de in te zetten hulpverlening voor de kinderen ziet de rechtbank op dit moment geen aanleiding om de voorlopige zorgregeling te wijzigen. Op de zitting is besproken dat de vader contact kan opnemen met de moeder als hij – in zoverre in afwijking van de voorlopige regeling – een uitje wil ondernemen met de kinderen. De moeder heeft toegezegd dat zij hieraan zal meewerken. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de moeder deze toezegging en de voorlopige zorgregeling zal nakomen. Verder merkt de rechtbank op dat gebleken is dat [de minderjarige 1] op woensdag met vriendinnen afspreekt zodat zij niet naar de vader hoeft te gaan. De rechtbank gaat ervan uit dat [de minderjarige 1] geen afspraken op woensdag meer zal maken en zij conform de regeling op woensdag naar de vader zal gaan. Ook op dit punt verwacht de rechtbank medewerking van de moeder.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling voor negen maanden aanhouden tot 15 januari 2027. De rechtbank verzoekt de advocaten van de ouders om zich voor deze pro formadatum uit te laten over de huidige stand van zaken en de gewenste voortgang van de procedure en wat dat betekent voor de nog voorliggende verzoeken. De rechtbank zal daarna beslissen over het verdere verloop van deze procedure.
Proceskosten
Nu de rechtbank een definitieve beslissing over de zorgregeling zal aanhouden, zal zij ook een beslissing over de proceskosten aanhouden.

Beslissing

De rechtbank:
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskostenaan tot
15 januari 2027 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 april 2026.