Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11977

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
NL25.292
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van de ambtshalve beoordeling op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kennelijk ongegrond werd verklaard.

Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in zaaknummer NL25.290 waarin op het beroep is beslist en concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan op 13 mei 2026 door de voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.292

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.290, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 13 mei 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.