Partijen zijn geregistreerd partners en ouders van een minderjarige geboren in 2023. Zij zijn gezamenlijk belast met het gezag over het kind. De vrouw verzocht om voorlopige toevertrouwing aan haar, een zorgregeling en kinderalimentatie, terwijl de man verzocht om toevertrouwing aan hem en een andere zorgregeling. De rechtbank overweegt dat de woonsituatie van de vrouw niet bestendig is en het kind momenteel bij de man staat ingeschreven, waardoor toevertrouwing aan de man in het belang van het kind is.
Beide ouders zijn het eens over een gelijke verdeling van de zorg, maar verschillen van mening over de invulling. De rechtbank wijst een week-op-week-af regeling af vanwege de jonge leeftijd van het kind en de onwerkbaarheid van birdnesting. De zorgregeling wordt vastgesteld waarbij het kind de ene week van woensdag na opvang tot zaterdagochtend bij de vrouw verblijft en de andere week van woensdag na opvang tot zondagavond bij de vrouw is, met een verdeling van vakanties en feestdagen volgens een schema.
De rechtbank stelt de voorlopige kinderalimentatie vast op €133 per maand die de vrouw aan de man moet betalen, gebaseerd op een berekening van de behoefte van het kind en de draagkracht van de ouders. Hierbij wordt rekening gehouden met het netto besteedbaar inkomen, kindgebonden budget en een zorgkorting van 35% vanwege co-ouderschap. Het verzoek tot meer of anders wordt afgewezen.