Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11954

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
26.19654
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag

Deze uitspraak betreft het verzoek om een voorlopige voorziening van een Somalische asielzoeker tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie.

Verzoeker heeft tegen de beschikking van 1 april 2026 beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 11 mei 2026 behandeld.

De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de rechtbank op dezelfde datum uitspraak heeft gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.A. van der Meulen-Postma en is openbaar gemaakt op 15 mei 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.19654

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D. Post)

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft tegen de beschikking van 1 april 2026 ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep met zaaknummer NL26.19653, op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.19653, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. van der Meulen-Postma, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.