In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Algemene Werkgeversvereniging Nederland beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vanwege het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen een gewijzigde WIA-uitkering van een ex-werkneemster.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn van negen weken, zoals bepaald in artikel 8:55d Awb, heeft overschreden. Ondanks een dwangsombeslissing van 1.442 euro op 28 augustus 2025, is er nog geen besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat het UWV binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Gezien het medisch karakter van de beoordeling en het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV, kwalificeert deze situatie als een bijzonder geval. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het besluit is vastgesteld.
Het UWV had verzocht om een ruimere termijn van vier maanden, maar de rechtbank wijst dit af wegens onvoldoende onderbouwing. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van 100 euro per dag op, met een maximum van 15.000 euro, voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Het griffierecht en proceskosten worden aan eiseres toegewezen.