Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
kunnen leiden:
en/of de rug en/of de hand, in elk geval in het lichaam van die [aangever] , heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.De bewijsbeslissing
Op zondag 23 juni 2024, omstreeks 04.15 uur bevond ik mij in 's-Gravenhage.
Ik stond recht voor de man, ik zag dat hij met zijn rechter hand uit zijn binnen broeksband, de rechterzijde, een mes pakte en deze voor mij trok. Ik nam direct afstand van de man, ik zag dat hij bepaalde aparte bewegingen maakten. Later bleek dat er op mij was ingestoken.
Ik zag dat de man die mij gestoken had weer op mij afkwam, ik schrok ik zag nogmaals het mes.
Ik was ook meteen vervoerd door de ambulance naar het ziekenhuis, HMC-Westeinde in 's-Gravenhage. Daar hoorde ik dat ik drie (3) messteken in mijn lichaam heb gehad van de dienstdoende verplegers en artsen. Eén messteek in mijn linkerborst boven mij tepel ter hoogte van mijn oksel, messteek twee in mijn rechterschouderblad en de derde messteek aan de binnenkant van mijn linkerduim.
Ik zie dat persoon 1 al struikelend in beeld komt. Ik zie dat persoon 2 achter persoon 1 aan zit. Ik zie dat persoon 2 een zwaaiende beweging maakt met zijn rechterhand richting persoon 1. Ik zie dat persoon 1 naar de grond valt, achter een personenauto. Ik zie dat persoon 2 enkele stappen doorloopt. Ik zie dat persoon 1 vervolgens weer van achter de auto opstaat. Ik zie dat de afstand tussen persoon 1 en persoon 2 ongeveer 3 armlengtes is. Ik zie dat persoon 2 op persoon 1 afloopt en wederom met zijn rechterarm een zwaaiende, bovenhandse beweging maakt richting persoon 1. Ik zie dat er, tijdens het zwaaien, iets glimt in de rechterhand van persoon 2. Ik zie dat persoon 2 vervolgens met zijn linkerarm een zijwaartse beweging maakt richting persoon 1.
Achternaam: [achternaam verdachte]
Voornamen: [voornaam verdachte]
ongenummerd):
In dit verband wordt opgemerkt dat steken met een hard, puntig en relatief lang, smal en eventueel scherprandig voorwerp, zoals bijvoorbeeld een mes, links aan de voorzijde van de borstkas ter plaatse van de grote borstspier en rechts op de rug ter plaatse van de monnikskapspier, zoals vermeld in de medische informatie, een aanmerkelijk risico impliceert op het daardoor optreden van ernstige en mogelijk dodelijke verwikkelingen.
Deze kunnen zich acuut voordoen in de vorm van uitgebreid, moeilijk te stelpen bloedverlies uit in de directe nabijheid van de steekkanalen gelegen organen en structuren zoals grote (slag)aders, het hart(zakje), de longen en/of de (linker)nier. Dergelijk acuut groot bloedverlies kan leiden tot levensbedreigende uitval van de bloedsomloop.
Daarnaast impliceert het toebrengen van een steekverwonding vanaf de voorzijde van de borstkas of vanaf de rug tot in de borstholte een aanmerkelijk risico op het beperking van de ademhalingsfunctie en van de pompfunctie van het hart, en daarmee van de bloedsomloop.
Behalve de boven beschreven acute complicaties van steekverwondingen kunnen zich op langere termijn verwikkelingen voordoen in de vorm van infecties met micro-organismen en andere verontreinigingen die via dergelijke steekkanalen in het lichaam gebracht kunnen worden. Afhankelijk van de aard en de locatie van een dergelijke infectie zijn plaatselijke verwikkelingen, eventueel met een meer gegeneraliseerd en levensbedreigend beloof ('sepsis cq bloedvergiftiging), mogelijk.
Bij radiologisch onderzoek werd in relatie met dit letsel de aanwezigheid van lucht/gas tot in die spier waargenomen met tevens lekkage van contrastvloeistof in de onderhuidse weefsels.
Tijdens de chirurgische behandeling werd plaatselijk een kleine slagaderlijke bloeding aangetroffen die werd onderbonden.
De verwonding werd vervolgens met zeven huidhechtingen gesloten.
2. Een oppervlakkige steekverwonding rechts op de rug ter plaatse van de monnikskapspier met een lengte van circa 2 cm.
Bij radiologisch onderzoek werd in relatie met dit letsel de aanwezigheid van lucht/gas tot in die spier waargenomen.
Deze verwonding werd met drie huidhechtingen gesloten.
3. Een snij-/steekverwonding aan de buigzijde van het basisgewricht van de linkerduim met iets verminderd vermogen tot buigen en zijwaarts bewegen van de duim. Deze verwonding werd met vijf huidhechtingen gesloten.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
Doordat de verdachte niet heeft meegewerkt tijdens het onderzoek in het PBC, hebben de deskundigen geen uitspraken kunnen doen over de doorwerking van zijn psychische stoornissen in het bewezenverklaarde. Ook hebben zij geen uitspraak kunnen doen over de mate van toerekening van de poging doodslag aan de verdachte. Wel hebben de deskundigen een algemeen risico op recidive bij de verdachte kunnen bepalen. De deskundigen van het PBC schatten het risico op geweld op de korte termijn in als matig tot hoog en op de langere termijn als hoog, waarbij sprake kan zijn van het toebrengen van ernstig lichamelijk letsel. Hiertoe wordt in de rapportage opgemerkt dat geen beschermende factoren worden gezien in de persoonlijkheid of het functioneren van de verdachte.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
24 (VIERENTWINTIG) MAANDEN;
de terbeschikkingstellingvan de verdachte en beveelt dat hij
van overheidswegezal worden verpleegd;
23 juni 2024tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan
[aangever];
€ 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 23 juni 2024 tot de dag waarop dit bedrag is betaald;