Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 23 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
Beslissing
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De man en vrouw, gehuwd sinds 2013, zijn ouders van twee minderjarige kinderen geboren in 2015 en 2022. Zij oefenen gezamenlijk gezag uit. De man verzocht om een voorlopige regeling voor zorg en omgang, waarbij de kinderen zolang hij geen zelfstandige woonruimte heeft, elke zaterdag enkele uren bij hem verblijven, en daarna eens per veertien dagen van vrijdag na school tot zondag.
De vrouw verzocht de kinderen voorlopig aan haar toe te vertrouwen, een co-ouderschapsregeling vanaf de zomervakantie vast te stellen en voorlopige kinderalimentatie van € 50,- per maand toe te wijzen. De rechtbank oordeelde dat de kinderen voorlopig aan de vrouw worden toevertrouwd, met omgangsrecht voor de man op zondag zolang hij geen eigen woonruimte heeft, en vanaf het moment dat hij zelfstandige woonruimte heeft, de omgangsregeling zoals door de man verzocht wordt vastgesteld.
Beide partijen zijn verwezen naar ouderschapsbemiddeling om in onderling overleg tot een regeling te komen. De rechtbank stelde tevens voorlopige kinderalimentatie vast en bepaalde dat deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad is. De procedure wordt voortgezet in een bodemprocedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige toewijzing van de kinderen aan de vrouw toe, stelt een omgangsregeling voor de man vast en bepaalt voorlopige kinderalimentatie.