Verzoeker, geboren in 1993 in Gaza, vluchtte in september 2023 naar Turkije en verbleef daar tijdelijk tot februari 2024. Op 22 mei 2024 vroeg hij asiel aan in Nederland, welke aanvraag op 3 oktober 2025 werd ingewilligd. Verzoeker bezit een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en staat geregistreerd met onbekende nationaliteit.
Verzoeker diende een verzoek in tot vaststelling van zijn staatloosheid op basis van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid. De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, adviseerde het verzoek toe te wijzen. De rechtbank besloot zonder mondelinge behandeling, met instemming van beide partijen.
De rechtbank onderzocht of verzoeker als onderdaan van de Palestijnse gebieden of Turkije kan worden beschouwd. Hoewel verzoeker Palestijnse documenten overlegde, erkent Nederland de Palestijnse nationaliteit niet. Verzoeker verbleef minder dan vijf jaar in Turkije, waardoor naturalisatie niet aannemelijk is. De rechtbank concludeerde dat verzoeker geen nationaliteit bezit en stelde zijn staatloosheid vast.