Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11885

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
C/09/695262 / FA RK 25-8962
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen

De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen, met uitsluiting van de vader. Zij stelde dat de vader de kinderen in het verleden fysiek en mentaal had mishandeld, waardoor het contact ernstig verstoord was en de vader gezagsbeslissingen tegenhield, wat niet in het belang van de kinderen zou zijn.

De vader betwistte de mishandeling en gaf aan dat de kinderen wisselend bij beide ouders hebben gewoond en dat hij altijd contact met hen heeft gehouden. Hij wenste het contact te herstellen en stelde dat er geen reden was om het gezag te beëindigen. De rechtbank benadrukte het uitgangspunt van gezamenlijk gezag en dat ouders in staat moeten zijn tot gezamenlijke gezagsuitoefening.

De rechtbank oordeelde dat ondanks de gebrekkige communicatie sinds 2011, de ouders met hulp van derden het gezamenlijk gezag konden uitvoeren. Er was onvoldoende bewijs dat de vader gezagsbeslissingen onnodig blokkeerde. De zorgen van de kinderen over medische beslissingen en vakantie werden besproken, maar er was geen aanwijzing dat het gezag van de vader problemen veroorzaakte.

De rechtbank wees het verzoek af en benadrukte dat het aan de vader is om initiatief te nemen in het contact met de kinderen. Tevens werd een brief aan de kinderen gestuurd waarin de beslissing en overwegingen werden toegelicht. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening bepaald.

Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader wordt afgewezen en het gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8962
Zaaknummer: C/09/695262
Datum beschikking: 2 april 2026

Gezag

Beschikking op het op 26 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Schellekens te Bodegraven.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.M. van Essen te Woerden.

Procedure

Bij beschikking van 23 december 2025 is de moeder toestemming verleend – welke de toestemming van de vader vervangt – om [minderjarige 1] van 25 december 2025 tot en met 31 december 2025 met de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] te laten reizen naar [plaats] , [land 1] . Daarbij is de behandeling van het verzoek tot wijziging van het gezag en de proceskosten pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het F9-bericht van de moeder van 15 december 2025, met bijlagen.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 5 maart 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

Beoordeling

Gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt haar – met uitsluiting van de vader – met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna: de kinderen) te belasten en heeft daartoe het volgende naar voren gebracht. De vader heeft de kinderen in het verleden mishandeld, zowel fysiek als mentaal. Als gevolg daarvan is het contact tussen de vader en de kinderen ernstig verstoord geraakt. Op dit moment ontbreekt het contact zowel tussen de vader en de kinderen als tussen de ouders. Volgens de moeder willen de kinderen niet langer dat de vader gezagsbeslissingen over hen kan nemen. Bovendien houdt de vader gezagsbeslissingen tegen, zoals de vakantie van [minderjarige 1] naar [land 1] , hetgeen niet in het belang van de kinderen kan worden geacht.
De vader betwist dat hij de kinderen heeft mishandeld. Hij stelt dat de kinderen de afgelopen jaren wisselend bij de ouders hebben gewoond. Ondanks dat zij op dit moment bij de moeder verblijven, valt dan ook niet uit te sluiten dat zij opnieuw bij de vader zullen intrekken. Volgens de vader heeft hij in de periodes dat de kinderen bij de moeder verbleven altijd contact gehouden met de kinderen. Echter, sinds de moeder onderhavige procedure is gestart, krijgt hij geen contact meer met hen. De vader heeft de wens het contact tussen hem en de kinderen weer te herstellen. Daarnaast is er volgens de vader vanaf 2011 al sprake van een lastige communicatie tussen de ouders. Desondanks zijn zij altijd tot een praktische oplossing gekomen. Gelet op het voorgaande bestaat er dan ook geen reden om het gezag van de vader te beëindigen.
De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat het gezag over kinderen gezamenlijk door de ouders wordt uitgeoefend. Voor gezamenlijk gezag is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen.
De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende grond bestaat om het ouderlijk gezag van de vader te beëindigen en overweegt daartoe als volgt. Sinds de relatie van de ouders is beëindigd (in 2011) is er al sprake van een gebrekkige communicatie tussen hen. Toch is het de ouders al die tijd, al dan niet met behulp van derden zoals de school van de kinderen en de huisarts, gelukt om uitvoering te geven aan het gezamenlijk gezag. Daarnaast is de rechtbank, anders dan de moeder betoogt, onvoldoende gebleken dat de vader gezagsbeslissingen in de weg staat. De vader heeft weliswaar geen toestemming willen geven voor de vakantie van [minderjarige 1] naar [land 1] , maar hij had hier zijn redenen voor. De vader heeft daarbij in het belang van [minderjarige 1] gedacht en vond de reis onder meer te vermoeiend voor haar. Het is zijn goed recht als gezaghebbende ouder om zijn eigen oordeel te hebben over zaken die de kinderen betreffen. Dat de vader gezag heeft betekent immers niet dat hij altijd moet instemmen met voorstellen van de moeder. Verder heeft de moeder op de zitting aangegeven dat [minderjarige 1] stiekem, zonder de toestemming van de vader, naar [land 2] is gereisd. Volgens de vader heeft [minderjarige 1] de reis naar [land 2] wel degelijk met hem overlegd. Wat daar ook van zij, [minderjarige 1] is naar [land 2] gegaan en daarmee is niet gebleken dat de vader een dergelijke gezagsbeslissing onnodig in de weg heeft gestaan. Tot slot is tijdens de kindgesprekken naar voren gekomen dat de kinderen zich zorgen maken dat bepaalde medische beslissingen over hen niet (op tijd) kunnen worden genomen en dat zij in hun aanstaande zomervakantie zullen worden belemmerd door de vader. De moeder heeft op de zitting uitdrukkelijk aangegeven dat er tot op heden geen medische behandelingen zijn vertraagd doordat de vader zijn toestemming niet heeft willen geven. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat de strijd tussen de ouders ervoor zorgt dat er op medische vlak problemen voor de kinderen ontstaan. Ten aanzien van de zomervakantie heeft de vader aangegeven open te staan voor een gesprek daarover. Het is aan de moeder, al dan niet samen met de kinderen, om daarover in overleg te treden met de vader. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wetgever en zij zal het verzoek van de moeder afwijzen.
Voorts merkt de rechtbank op dat het aan de vader is om zich benaderbaar op te stellen tegenover de kinderen en initiatief te nemen in het contactherstel met hen. Zo wordt het voor de kinderen ook laagdrempeliger om contact met hem op te nemen als zij daar klaar voor zijn. Als er weer contact ontstaat tussen de kinderen en de vader, zal ook het onderlinge overleg makkelijker aan te gaan zijn..
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
Tegelijk met deze beschikking stuurt de rechtbank een brief aan de kinderen waarin zij de beslissing uitlegt. De inhoud van de brief luidt als volgt:
Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
Op 4 maart hebben wij elkaar gesproken. Jullie hebben mij uitgelegd waarom jullie graag willen dat jullie moeder alleen het gezag over jullie heeft. Jullie zien er tegenop om toestemming aan je vader voor bijvoorbeeld een vakantie te vragen, omdat het altijd gedoe wordt. Jullie zijn ook bang dat je niet de goede zorg krijgt als jullie in het ziekenhuis terecht komen en jullie ouders het niet eens zijn over de behandeling. Verder willen jullie afsluiting van een tijd waar je met weinig plezier op terugkijkt.
Op 5 maart heb ik met jullie ouders gesproken. Zij hadden ieder een advocaat bij zich en er was ook iemand van de Raad voor de kinderbescherming bij. Ik heb goed naar iedereen geluisterd, en ik heb besloten dat ik jullie moeder niet alleen het gezag geef. Ik heb jullie beloofd dat ik jullie een uitleg zou geven als ik dit besluit zou nemen. Daarom krijgen jullie deze brief.
Ondanks de moeilijke communicatie tussen jullie vader en jullie moeder is het hen nog altijd gelukt om samen beslissingen over jullie te nemen. Soms lukt het hen misschien niet om er samen uit te komen, maar dan helpen bijvoorbeeld de school en de huisarts om alsnog iets voor elkaar te krijgen. Dat jullie vader het geen goed idee vond dat [minderjarige 1] naar [land 1] op vakantie ging, kan gebeuren. Jullie vader had daar zijn redenen voor en dat mag ook. Samen gezag hebben, betekent niet dat je het altijd met elkaar eens moet zijn. Toen [minderjarige 1] naar [land 2] wilde, heeft zij dat besproken met jullie vader en hij vond dat gewoon goed.
Ik heb met jullie vader besproken dat hij zelf meer initiatief neemt om contact met jullie te hebben. Ik hoop dat jullie daar voor open staan. Als hij wat meer op de hoogte is van jullie leven, kan hij ook beter beslissen. Jullie vader heeft in ieder geval toegezegd dat hij wil praten over jullie zomervakantie. Hij gunt jullie een leuke tijd, maar mag daar ook vragen bij stellen of zorgen over aankaarten, als hij die heeft. Jullie moeder en hij zullen de vakantie dus met elkaar bespreken. Als het nodig is, worden jullie daar ook bij betrokken.
Ik begrijp dat [minderjarige 1] , die vanuit haar opleiding goed op de hoogte is, zich zorgen maakt over de medische beslissingen die moeten worden genomen. Ik denk niet dat jullie je daar druk om hoeven te maken. Jullie ouders willen allebei dat jullie gezond zijn en blijven, en de arts die jullie zal behandelen, is er ook nog. Ik heb geen reden om aan te nemen dat jullie er lichamelijk onder gaan lijden als jullie vader gezag heeft.
Ik heb tot slot goed gehoord dat jullie afronding willen. Die komt er ook, maar dan op jullie achttiende verjaardag. Dat vraagt dus nog even geduld. Ik vind het te ver gaan om daarvoor nu het gezag weg te halen bij jullie vader. Afronding is iets wat in jullie hoofd moet plaatsvinden, al dan niet met hulp. Jullie vader ‘straffen’ is daar niet de goede manier voor.
Al met al vind ik het dus niet nodig om het gezag van jullie vader af te nemen.
Ik kan me voorstellen dat jullie teleurgesteld en misschien ook wel boos zijn. Ik hoop dat jullie mijn beslissing begrijpen als de eerste emotie een beetje is gezakt.
Ik wens jullie het allerbeste, en een fijne paar maanden tot jullie meerderjarigheid!
Vriendelijke groet,
De kinderrechter.

Beslissing

De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van 23 december 2025 van deze rechtbank – :
*
wijst af het verzoek van de moeder ten aanzien van het beëindigen van het gezag van de vader over de kinderen;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 april 2026.