Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11875

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
NL26.19749
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag na eerdere gegronde procedure

Eiser heeft op 1 april 2026 een eerste beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 september 2025. De rechtbank heeft op 4 mei 2026 dit eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen.

Ondanks deze uitspraak heeft eiser op 9 april 2026 een tweede beroep ingesteld met hetzelfde doel, namelijk het stellen van een nadere beslistermijn onder verbeurte van een last onder dwangsom. De rechtbank oordeelt dat dit tweede beroep geen procesbelang meer heeft omdat het doel reeds is bereikt door de uitspraak op het eerste beroep.

Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, zonder zitting.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.19749

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. B.H. Werink),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 3 september 2025.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.
3. Eiser heeft op 1 april 2026 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (NL26.18269, het eerste beroep). Lopende die procedure heeft eiser op 9 april 2026 onderhavig beroep ingesteld (het tweede beroep).
4. Deze rechtbank heeft op 4 mei 2026 uitspraak gedaan op het eerste beroep en dat gegrond verklaard. Voor zover hier van belang, is de minister opgedragen om binnen zestien weken na de dag van het bekendmaken van die uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
5. Het tweede beroep van eiser is ingediend met hetzelfde doel als het eerste beroep, namelijk het stellen van een nadere beslistermijn voor de minister onder verbeurte van een last onder dwangsom. Omdat is beslist op het eerste beroep, is dat doel bereikt. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een beslissing op het tweede beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande is het onderhavige beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).