Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11814

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
C/09/702422 / FA RK 26-3156
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet tijdelijk huisverbod
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik echtelijke woning na huiselijk geweld

Partijen zijn gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. Na een incident van huiselijk geweld in de echtelijke woning is aan de vrouw een tijdelijk huisverbod opgelegd, dat meerdere malen is verlengd. De kinderen verblijven momenteel bij de man in de woning, waar ook het gezamenlijk gezag over de kinderen wordt uitgeoefend.

De man verzoekt de rechtbank om toevertrouwing van de kinderen aan hem en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen. De vrouw verschijnt niet op de zitting en voert geen verweer. De rechtbank stelt vast dat de vrouw en man vanwege spanningen niet langer gezamenlijk in de woning kunnen verblijven.

De rechtbank wijst het verzoek toe als onweersproken en gegrond op grond van het belang van de kinderen. Het verzoek om het uitsluitend gebruik inclusief inboedel toe te wijzen en om te bepalen dat de vrouw de woning moet verlaten, wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien de vrouw de woning reeds heeft verlaten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toevertrouwing van de kinderen en uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3156
Zaaknummer: C/09/702422
Datum beschikking: 14 april 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 31 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • de brief van 7 april 2026, met bijlagen, namens de man.
Op 8 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk A. Yasin en namens de Raad voor de Kinderbescherming [naam] .
De vrouw is niet op de zitting verschenen. Gebleken is dat de vrouw op de hoogte was van de mondelinge behandeling, maar dat zij –na raadpleging van een advocaat– ervoor gekozen heeft de behandeling van de zaak niet bij te wonen en geen verweer zal voeren.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2014 te [plaats 1] , [land] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats] .
- De kinderen verblijven op dit moment bij de man in de echtelijke woning.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De man en de vrouw hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- Bij besluit van 16 maart 2026 heeft de burgemeester van de gemeente
[plaats 2] aan de vrouw een huisverbod op grond van artikel 2 van Pro de
Wet tijdelijk huisverbod opgelegd voor een periode van tien dagen tot 26 maart 2026. Dit huisverbod heeft de burgemeester van de gemeente [plaats 2] bij besluit van 26 maart 2026 verlengd tot 13 april 2026.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de man strekt ertoe dat:
- de minderjarige kinderen van partijen aan de man worden toevertrouwd;
- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe. De rechtbank past in dit geval Nederlands recht toe.
Toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik echtelijke woning
Uit de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank het volgende gebleken. Op 15 maart 2026 heeft er een incident van huiselijk geweld in de echtelijke woning plaatsgevonden. Als gevolg hiervan heeft de vrouw een tijdelijk huisverbod opgelegd gekregen. De man en de kinderen zijn in de echtelijke woning gebleven. Op
26 maart 2026 is het huisverbod verlengd tot 13 april 2026. Omdat de vrouw na afloop van het huisverbod kan terugkeren naar de woning, wat de man en de kinderen niet willen, heeft de man dit verzoek ingediend.
Op de zitting heeft de man nader toegelicht dat er op 3 april 2026 in het kader van het tijdelijk huisverbod een tweede netwerkgesprek heeft plaatsgevonden, waarbij volgens de man is afgesproken dat beide ouders zich in het kader van de echtscheiding zullen wenden tot een advocaat en dat de vrouw niet meer zal terugkeren naar de woning. Ook is er volgens de man afgesproken dat de vrouw de dag na de zitting onder begeleiding van het Crisis Interventieteam contact zal hebben met de kinderen.
Vast staat voor de rechtbank dat de vrouw en de man vanwege de onderlinge spanningen in het bijzijn van de kinderen niet langer meer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven. Omdat de man verzoekt om toevertrouwing van de kinderen en om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de vrouw hiertegen geen verweer voert, zal de rechtbank de verzoeken als onweersproken en op de wet gegrond toewijzen, ook omdat de rechtbank dit in het belang van de kinderen vindt.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen. Ook het verzoek om te bepalen dat de vrouw de woning dient te verlaten, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Gebleken is immers dat de vrouw de woning reeds heeft verlaten.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats] ,
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.