Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11778

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
C/09/699929 / FA RK 26-1701
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 Paspoortwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor paspoortaanvraag minderjarige kinderen

De man verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van reisdocumenten voor zijn twee minderjarige kinderen, aangezien de vrouw weigert haar toestemming te geven ondanks herhaalde verzoeken.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de man en de vrouw gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen. De vrouw wil wel toestemming geven voor het verlengen van de paspoorten, maar wenst samen met de man de aanvraag te doen voor identiteitskaarten die zij onder haar beheer wil houden. De man gaat hiermee niet akkoord.

De rechtbank heeft een vergelijk tussen partijen beproefd en oordeelt dat het in het belang van de kinderen is dat zij beschikken over geldige paspoorten. Daarom wordt het verzoek van de man toegewezen en wordt de vervangende toestemming verleend. Over de identiteitskaarten beslist de rechtbank niet, partijen dienen hierover onderling afspraken te maken.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de vader voor het aanvragen van paspoorten voor de minderjarige kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1701
Zaaknummer: C/09/699929
Datum beschikking: 14 april 2026

Paspoortwet

Beschikking op het op 19 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 1 maart 2026 van de man, met bijlagen.
Op 7 april 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man en de vrouw.

Verzoek en verweer

De man verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet ten behoeve van de na te melden minderjarigen.
De vrouw heeft op de zitting haar standpunt toegelicht, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

De man en de vrouw hebben gezamenlijk het gezag over:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .

Beoordeling

De man voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat de vrouw na herhaaldelijke verzoeken van de man blijft weigeren haar toestemming te verlenen voor het aanvragen van een eigen reisdocument voor de twee kinderen. De man stelt dat bij een eerdere beschikking van de rechtbank het hoofdverblijf van de kinderen bij de man is bepaald en dat expliciet is besloten dat de paspoorten van de kinderen bij de man dienen te blijven.
De vrouw heeft op de zitting toegelicht dat zij haar toestemming voor het verlengen van de paspoorten wil geven, maar dat zij dan graag samen met de man de aanvraag wil doen voor identiteitskaarten die zij dan onder haar houdt. Zo heeft de man de paspoorten en de vrouw de identiteitskaarten. De man gaat hier volgens haar niet in mee.
De rechtbank overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van Pro de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechtbank zal de door de man verzochte vervangende toestemming op grond van artikel 34, tweede lid, Paspoortwet beoordelen. De rechtbank heeft hiertoe een vergelijk tussen beide partijen op de zitting beproeft. De man heeft hierbij aangegeven dat de paspoorten van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] sinds halverwege vorig jaar al verlopen zijn. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij beschikken over geldige paspoorten en zal het verzoek van de man toewijzen. Omdat hetgeen de vrouw heeft aangegeven over identiteitskaarten van de kinderen niet voorligt in deze procedure, zal de rechtbank hierover niets beslissen. Partijen zullen hier in onderling overleg afspraken over moeten maken.

Beslissing

De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de man – welke toestemming die van de vrouw vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een paspoort voor de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ,
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.