Uitspraak
Vervangende toestemming vakantie
Beschikking op het op 2 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het bericht van 19 maart 2026 van de zijde van de moeder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen om met haar minderjarige kind op vakantie te gaan naar [land 1], met een tussenstop in Turkije, van 21 april 2026 tot en met 9 mei 2026. De vader, die gezamenlijk gezag zou kunnen hebben, heeft geen toestemming gegeven en is niet bereikbaar voor overleg.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het kind in Nederland verblijft en dat de Nederlandse rechter bevoegd is om over het verzoek te beslissen. Hoewel niet definitief is vastgesteld of de vader gezamenlijk gezag heeft, is ook niet bewezen dat hij dat niet heeft, waardoor het verzoek tot vervangende toestemming wordt beoordeeld.
De moeder heeft een vrijstelling van school voor de vakantie en het belang van het kind wordt gediend met de vakantie. De rechtbank acht het verzoek gegrond en verleent de vervangende toestemming. De proceskosten worden door elke partij zelf gedragen.
Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming om met het minderjarige kind op vakantie te gaan naar het buitenland.