Uitspraak
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, benoeming bijzondere curator
Beschikking op het op 29 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 30 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen.
- de vader bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de zorgregeling zoals partijen die zijn overeengekomen en die zij hebben vastgelegd in het ouderschapsplan op te nemen in de te geven beschikking, te weten dat de kinderen bij de vader verblijven in de even weken een weekend per 14 dagen waarbij de vader de kinderen op vrijdagen om 17.00 uur (met eventueel de tijdelijke afwijking) ophaalt bij moeder en op zondagen om 18.00 uur terugbrengt, alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties en feest- en bijzondere dagen; althans subsidiair een zorgregeling vast te stellen zoals de rechtbank juist acht;
- vervangende toestemming te verlenen in de plaats van de toestemming van de moeder als medegezaghebbende ouder, voor het inschakelen van een Kindbehartiger/Kindercoach;
- met het voorwaardelijk verzoek, uitsluitend indien niet zonder meer kan worden overgegaan tot toewijzing van het primaire verzoek, een bijzondere curator te benoemen voor de kinderen in verband met (dreigend) contactverlies;
Beoordeling
- bestaat er bij de kinderen draagvlak om de zorgregeling met de vader te herstellen?
- wat is er nodig om de weerstand van de kinderen tegen verblijf bij de vader thuis weg te nemen?
- indien er draagvlak voor verblijf bij de vader thuis bestaat, welke zorgregeling is dan in het belang van de kinderen?
Beslissing
[e-mailadres],
1 augustus 2026 pro forma.