ECLI:NL:RBDHA:2026:11699

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
14 mei 2026
Zaaknummer
C/09/604155 / FA RK 20-8937
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gezamenlijk gezag en omgangsregeling wegens verstoorde verstandhouding en niet geslaagde hulpverlening

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag en vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind. Sinds 2020 loopt deze procedure, waarbij meerdere hulpverleningstrajecten zoals ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding niet van de grond zijn gekomen. De Raad voor de Kinderbescherming werd ingeschakeld voor onderzoek en advies, maar ook dit leverde geen verbetering op.

De rechtbank constateerde een langdurig belast verleden tussen de ouders en een verstoorde verstandhouding. De minderjarige volgt speltherapie vanwege trauma’s, en de vader toont volgens de moeder geen interesse in het kind en reageert niet op updates. Beide partijen reageerden niet op verzoeken van de rechtbank om zich uit te laten over gestelde vragen.

Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het niet in het belang van het kind om een omgangsregeling met de vader vast te stellen. Ook gezamenlijk gezag wordt afgewezen omdat het kind anders klem kan komen te zitten tussen de ouders. Het verzoek tot dwangsom wordt eveneens afgewezen. De rechtbank handhaaft eerdere overwegingen en wijst alle verzoeken af, met de focus op het welzijn van het kind en haar therapie.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag en omgangsregeling af vanwege het belang van het kind en de verstoorde relatie tussen ouders.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 20-8937
Zaaknummer: C/09/604155
Datum beschikking: 13 april 2026

Gezag en zorg- c.q omgangsregeling

Beschikking op het op 30 november 2020 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende in Zwijndrecht,
advocaat: mr. B.H.S. Brinkman in Heerlen.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij deze rechtbank bekend geheim adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam in Leiden.

Procedure

Bij beschikking van 13 juli 2021 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de verdeling van het gezag en de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling aangehouden in afwachting van een traject bij Tugra.
Bij beschikking van 27 mei 2022 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van het gezag en de omgangsregeling c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
Bij beschikking van 9 maart 2023 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van het gezag, de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling en de dwangsommen pro forma aangehouden, in afwachting van de trajecten Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding.
Bij beschikking van 23 april 2024 van deze rechtbank – in aanvulling op voornoemde beschikking – is aan de Raad verzocht bij een niet positief verlopen traject te bezien of een raadsonderzoek noodzakelijk is, en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten. Iedere verdere beslissing ter zake van het gezag, de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling en de dwangsommen is pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het F9-formulier van 25 november 2024, van de vader;
  • het F9-formulier van 29 november 2024, met bijlagen, van de moeder;
  • het F9-formulier van 8 april 2025, van de moeder;
  • het F9-formulier van 15 april 2025, van de vader;
  • het F9-formulier van 27 oktober 2025, van de vader;
  • het F9-formulier van 29 oktober 2025, van de moeder;
  • het F9-formulier van 5 december 2025, met bijlagen, van de vader.

Beoordeling

Gezag en zorg- c.q omgangsregeling
De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Uit de meest recente berichten van partijen blijkt dat de hulpverleningstrajecten Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding bij Cardea niet van de grond zijn gekomen.
De vader heeft niet inhoudelijk gereageerd op het bericht van de moeder van 29 oktober 2025, waarin zij – samengevat – stelt dat de vader geen interesse toont in [de minderjarige] en niet reageert op de updates die de moeder aan hem stuurt. Daarnaast is er door beide partijen niet gereageerd op de brief van de rechtbank van 19 december 2025, waarin is verzocht aan partijen om zich uit te laten over de door de rechtbank gestelde vragen. De rechtbank heeft toen aangegeven dat de zaak eventueel zal worden afgedaan zonder nadere mondelinge behandeling.
Ten aanzien van de contactregeling overweegt de rechtbank als volgt. Deze procedure loopt al sinds 2020 en er is sindsdien nog geen enkele verbetering zichtbaar in de samenwerking tussen de ouders. Er is sprake van een belast verleden. [de minderjarige] volgt momenteel speltherapie voor de trauma’s die zij heeft opgelopen. Gelet op de uitlatingen van de moeder gaat de rechtbank ervan uit dat de vader geen inspanningen verricht om betrokken te zijn in het leven van [de minderjarige] . Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het niet in het belang van [de minderjarige] om een contactregeling met de vader vast te leggen. De focus dient te liggen op haar speltherapie.
Met betrekking tot het verzoek over het gezag overweegt de rechtbank het volgende. Gelet op de verstoorde verstandhouding tussen de ouders en gelet op het feit dat het ouderschapsbemiddelingstraject niet van de grond is gekomen, acht de rechtbank gezamenlijk gezag niet in het belang van [de minderjarige] . De kans is te groot dat zij, in hoeverre dat op dit moment nog niet het geval is, klem en verloren zal raken tussen de ouders.
De rechtbank wijst daarom de verzoeken ten aanzien van het gezag en de omgangsregeling af. Nu het verzoek ten aanzien van de omgangsregeling wordt afgewezen, zal de rechtbank het verzoek ten aanzien van de dwangsom ook afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst alle verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 13 april 2026.