Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11695

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
11963763 \ RP VERZ 25-50936
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 BWArt. 7:625 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag op staande voet en doorbetaling loon tijdens ziekte en zwangerschap

De werknemer was sinds 30 juni 2025 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 30 juni 2026. Na ziekmelding op 1 september 2025 ontving de werknemer op 22 september 2025 een e-mail waarin de werkgever het contract beëindigde. De werknemer betwistte de rechtsgeldigheid van deze beëindiging en vorderde vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon en een billijke vergoeding.

De werkgever stelde dat de werknemer de beëindiging had aanvaard en dat er overeenstemming was bereikt over het einde van de arbeidsovereenkomst per 22 september 2025. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet voldeed aan de wettelijke vereisten, omdat geen dringende reden was gegeven en geen onverwijlde mededeling daarvan aan de werknemer was gedaan.

Verder was onvoldoende gebleken dat de werknemer ondubbelzinnig had ingestemd met de beëindiging, mede gelet op haar persoonlijke situatie en ziekte. De arbeidsovereenkomst liep daarom nog door en de werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf augustus 2025, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, en tot toelating van de werknemer tot de werkvloer na herstel. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon en toelating tot werk na herstel.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
im/c
Zaaknummer / rekestnummer: 11963763 \ RP VERZ 25-50936
Beschikking van 6 mei 2026
in de zaak van
[verzoekende partij],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
gemachtigde: mr. M.A. Knobben,
tegen
[verwerende partij] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verwerende partij] ,
gemachtigde: mr. A.J. Tavasszy.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ontvangen op 12 november 2025;
- het betekeningsexploot van 13 februari 2026, ter griffie ontvangen op 16 maart 2026;
- het verweerschrift met bijlagen, ter griffie ontvangen op 2 april 2026;
- de mondelinge behandeling van 8 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoekende partij] , geboren [geboortedatum] 2004, is sinds 30 juni 2025 in dienst bij [verwerende partij] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die van rechtswege eindigt op 30 juni 2026. De functie van [verzoekende partij] is Keukenmedewerker met een loon van € 2.387,67 bruto per maand met een gemiddelde arbeidsomvang van 38 uur per week.
2.2.
Per e-mail van 1 september 2025 heeft [verzoekende partij] zich ziekgemeld. In de dagen daarna heeft [verzoekende partij] [verwerende partij] op de hoogte gehouden van haar ziekteverloop en gevraagd naar de bedrijfsarts.
2.3.
Per e-mail van 22 september 2025 heeft [verwerende partij] het volgende aan [verzoekende partij] geschreven:

Dear [verzoekende partij] ,
We’ve taken some time to reflect on the current situation, and we feel that we need to terminate the contract. Tank you for being open and honest about your situation we truly appreciate your transparency and the effort you’ve put in.
At the same time, it’s become clear that things are not working in a way that benefits either side, and continuing like this would not be good for you or for us. This is why we believe it’s best to bring the contract to an end.
We are grateful for your help and everything you’ve done, and we wish you all the best moving forward.
2.4.
Diezelfde dag heeft [verzoekende partij] daarop als volgt, voor zover relevant, gereageerd:

Hey [naam] ,
Im really thankful for the work I was provided and am really sorry about the past weeks!!
Since my contract has now been terminated, I wanted to follow up regarding two important questions that I have been meaning to ask. I am still owed approximately € 1.000 from July, which has not yet been paid. (…) My second question is to do with Sick leave coverage. As you know, I was unwell the past weeks and I had originally planned to provide a sick note but was told that a company doctor’s confirmation would not be necessary. Could you please confirm whether any additional documentation is required form me so that these sick days are properly covered and included in my final payment? (…)”
2.5.
Per e-mail van 23 september 2025 heeft [verzoekende partij] het volgende, voor zover relevant aan [verwerende partij] geschreven:

Hi [naam] ,
(…)
Since the contract ended quite abruptly and I will have no further income, this puts me in a very difficult position, especially as I need to cover medical costs, including an abortion. I also want to share that I feel there was never an opportunity to have a proper conversation about my needs or what would happen going forward, particularly after I recently informed you that I am pregnant. (…)
Earlier yesterday, I was asked if I could work today, and shortly after, I received a call informing me that my contract was being terminated. I agreed during the call because I wasn’t able to process the situation quickly, but this abrupt decision has left me in a very difficult position.
From my understanding of Dutch employment law, employees on fixed-term contracts cannot be terminated abruptly without proper procedure. (…)
I’d really appreciate it if you could confirm that I will receive my full September salary so I can plan my medical costs accordingly.
2.6.
Bij e-mails van 23 september 2025, 8 oktober 2025 en 11 oktober 2025 hebben partijen gesproken over de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst, waaronder met name de uitbetaling van het loon over de maand september 2025.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter primair de opzegging, althans het ontslag, te vernietigen en [verwerende partij] te veroordelen tot betaling van loon tot einde dienstverband, met nevenverzoeken. Voor zover het ontslag niet voor vernietiging in aanmerking komt, verzoekt [verzoekende partij] subsidiair [verwerende partij] te veroordelen tot het betalen van een gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 75.000,00 bruto, met nevenverzoeken. Met zowel primair als subsidiair veroordeling van [verwerende partij] in de proceskosten.
3.2.
[verzoekende partij] voert daartoe aan dat haar dienstverband niet rechtsgeldig is geëindigd. Voor [verwerende partij] bestond geen mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst (tussentijds) op te zeggen zonder toestemming van het UWV. Als de opzegging gezien moet worden als een ontslag op staande voet, ontbreekt de dringende reden en het bericht waarin die reden aan [verzoekende partij] onverwijld zou zijn medegedeeld. Ter onderbouwing van haar subsidiaire verzoeken stelt [verzoekende partij] dat [verwerende partij] de arbeidsovereenkomst pas tegen 30 juni 2026 had kunnen opzeggen, waardoor [verwerende partij] tot die datum een bedrag gelijk aan het loon over die periode verschuldigd is op grond van artikel 7:677 lid 2 BW Pro. Daarnaast stelt [verzoekende partij] dat [verwerende partij] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door de arbeidsovereenkomst op te zeggen zonder formele mogelijkheid daartoe, door het loon niet door te betalen en door geen bedrijfsarts in te schakelen, terwijl [verwerende partij] op de hoogte was dan wel kon zijn van de zwangerschap en de arbeidsongeschiktheid van [verzoekende partij] . Gelet op het verwijtbaar handelen is [verwerende partij] ook de daadwerkelijke proceskosten van [verzoekende partij] verschuldigd.
3.3.
[verwerende partij] voert verweer en stelt dat de verzoeken moet worden afgewezen.
3.4.
[verwerende partij] voert aan dat [verzoekende partij] de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst heeft aanvaard, althans daarin heeft berust. [verzoekende partij] heeft voorafgaand aan de procedure niet tegen het ontslag geprotesteerd, noch aangegeven in dienst te willen blijven. Partijen hebben aldus in gezamenlijkheid vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst op 22 september 2025 is geëindigd en daarna alleen nog gesproken over de afwikkeling. [verzoekende partij] kan daardoor nu niet meer protesteren tegen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Voorts betwist [verwerende partij] dat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Voor een veroordeling tot betaling van een billijke vergoeding of de volledige proceskosten bestaat dan ook geen grond. Ook voert [verwerende partij] aan dat [verzoekende partij] onvoldoende duidelijk heeft onderbouwd welk bedrag aan loon [verwerende partij] nog aan haar verschuldigd zou zijn en het verzoek tot betaling van het loon om die reden dient te worden afgewezen.

4.De beoordeling

rechtsgeldigheid van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat [verwerende partij] de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd bij e-mail van 22 september 2025 (zie hiervoor onder 2.3).
4.2.
Ter zitting heeft de gemachtigde van [verwerende partij] verklaard dat dit bericht gelezen dient te worden als een ontslag op staande voet, dat dit ontslag niet aan de wettelijke formaliteiten voldoet, maar dat [verzoekende partij] en [verwerende partij] daarna overeenstemming hebben bereikt over het beëindigen van de arbeidsovereenkomst per 22 september 2025.
4.3.
De kantonrechter stelt voorop dat het ontslag op staande voet inderdaad niet voldoet aan de wettelijke vereisten van artikel 7:677 BW Pro. [verwerende partij] heeft geen dringende reden aan het ontslag ten grondslag gelegd en evenmin een onverwijlde mededeling van die reden aan [verzoekende partij] gedaan. Het verzoek van [verzoekende partij] tot vernietiging van de opzegging, althans het ontslag op staande voet, wordt daarom toegewezen.
4.4.
Voorts ligt de vraag voor of [verzoekende partij] , zoals door [verwerende partij] aangevoerd, desondanks met een beëindiging per 22 september 2025 heeft ingestemd en de arbeidsovereenkomst zodoende alsnog rechtsgeldig is geëindigd. De kantonrechter is gelet op de emailcorrespondentie van 22 en 23 september 2025 van oordeel dat [verzoekende partij] de beëindiging als een eenzijdig aan haar gepresenteerd feit heeft aangenomen, maar dat daaruit onvoldoende blijkt dat zij daarmee heeft ingestemd. De daarna gevoerde correspondentie ten aanzien van de afwikkeling, geeft ook geen blijk van een instemming. Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter met name dat [verzoekende partij] , nu zij zich geconfronteerd zag met een beëindiging, erg ongelukkig was met de nadelige gevolgen daarvan en zij haar financiële positie probeerde veilig te stellen. Daarmee staat nog niet vast dat [verzoekende partij] de wil had om de arbeidsovereenkomst, met alle gevolgen van dien, tijdens haar ziekte/zwangerschap te beëindigen. Zeker gelet op haar rechtspositie, waarvan zij zich klaarblijkelijk niet bewust was, in combinatie met haar persoonlijke situatie komt het de kantonrechter niet overtuigend voor dat [verzoekende partij] zich daadwerkelijk wilde neerleggen bij de beëindiging. Daarnaast geldt dat de zorgplicht van de werkgever meebrengt dat [verwerende partij] zich ervan had moeten vergewissen of [verzoekende partij] daadwerkelijk wilde instemmen met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst en zij zich bewust was van de gevolgen daarvan. Dat heeft [verwerende partij] niet gedaan, althans dat blijkt niet uit de overgelegde stukken. [verwerende partij] heeft aldus onvoldoende onderbouwd dat [verzoekende partij] ondubbelzinnig heeft ingestemd met de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst.
4.5.
Gelet op het voorgaande stelt de kantonrechter vast dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd en het dienstverband van [verzoekende partij] nog steeds doorloopt. Dat betekent dat ook het verzoek tot wedertewerkstelling, zodra [verzoekende partij] hersteld gemeld is, toewijsbaar is. [verzoekende partij] heeft verzocht om de veroordeling tot wedertewerkstelling te verzwaren met een dwangsom, maar [verzoekende partij] heeft niet onderbouwd waarom zij redenen heeft om aan te nemen dat [verwerende partij] zich niet aan die veroordeling zou houden. De verzochte dwangsom zal daarom worden afgewezen.
4.6.
Nu het primaire verzoek wordt toegewezen komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van de subsidiaire verzoeken. De stellingen en verweren te dien aanzien, laat de kantonrechter daarom onbesproken.
doorbetaling loon, wettelijke verhoging, wettelijke rente, specificatie
4.7.
[verzoekende partij] heeft recht op loon, omdat het ontslag wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst dus voortduurt. Het verzoek van [verzoekende partij] tot loonbetaling vanaf augustus 2025 is daarom eveneens toewijsbaar.
4.8.
De kantonrechter is met [verwerende partij] van oordeel dat [verzoekende partij] onvoldoende duidelijk heeft verzocht op welk bedrag [verzoekende partij] thans concreet aanspraak maakt, mede gelet op de door [verwerende partij] uitbetaalde bedragen over de maanden augustus en september 2025 van, blijkens de overgelegde betaalafschriften, € 2.000,00 respectievelijk € 2.749,20. De kantonrechter zal daarom het verzochte en niet weersproken maandloon van € 2.387,67 bruto toewijzen, te verminderen met de reeds aan [verzoekende partij] vanaf augustus 2025 uitbetaalde bedragen.
4.9.
De verzochte wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat [verwerende partij] het nog verschuldigde loon te laat heeft betaald. De kantonrechter ziet geen reden tot het matigen van de wettelijke verhoging.
4.10.
Van de nog uit te betalen bedragen dient [verwerende partij] aan [verzoekende partij] een deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken. De verzochte dwangsom wijst de kantonrechter af, nu [verzoekende partij] niet heeft gesteld, noch is gebleken dat [verwerende partij] eerder nalatig is geweest met het verstrekken van de loonstroken.
proceskosten
4.11.
De proceskosten komen voor rekening van [verwerende partij] , omdat [verwerende partij] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoekende partij] worden begroot op € 1.099,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten).
4.12.
De verzochte wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.13.
Voor zover [verzoekende partij] heeft verzocht om [verwerende partij] te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten, hetgeen uit het lichaam van het verzoekschrift maar niet voldoende duidelijk uit het petitum blijkt, wijst de kantonrechter dit verzoek af. Van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht en/of onrechtmatige daad, is niet gebleken.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
vernietigt de opzegging, althans het gegeven ontslag,
5.2.
veroordeelt [verwerende partij] tot betaling aan [verzoekende partij] van het loon vanaf 1 augustus 2025 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd, berekend op basis van € 2.387,67 bruto per maand, te vermeerderen met de loonsverhogingen conform cao, vakantietoeslag en overige emolumenten, en te verminderen met de reeds door [verwerende partij] gedane betalingen over de maanden augustus en september 2025,
5.3.
de veroordeling onder 5.2, voor wat betreft het achterstallige loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW Pro van 50% en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de vervaldata van de salarisbetalingen tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [verwerende partij] om [verzoekende partij] binnen twee dagen nadat [verzoekende partij] zich hersteld heeft gemeld toe te laten tot de werkvloer, teneinde haar gebruikelijk werkzaamheden te verrichten,
5.5.
veroordeelt [verwerende partij] om aan [verzoekende partij] een deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken van de betalingen zoals genoemd onder 5.2,
5.6.
veroordeelt [verwerende partij] in de proceskosten van € 1.099,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.7.
veroordeelt [verwerende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.8.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad [1] ,
5.9.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.W. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Voetnoten

1.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.