Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Dear [verzoekende partij] ,
Hey [naam] ,
Hi [naam] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De werknemer was sinds 30 juni 2025 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 30 juni 2026. Na ziekmelding op 1 september 2025 ontving de werknemer op 22 september 2025 een e-mail waarin de werkgever het contract beëindigde. De werknemer betwistte de rechtsgeldigheid van deze beëindiging en vorderde vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon en een billijke vergoeding.
De werkgever stelde dat de werknemer de beëindiging had aanvaard en dat er overeenstemming was bereikt over het einde van de arbeidsovereenkomst per 22 september 2025. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet voldeed aan de wettelijke vereisten, omdat geen dringende reden was gegeven en geen onverwijlde mededeling daarvan aan de werknemer was gedaan.
Verder was onvoldoende gebleken dat de werknemer ondubbelzinnig had ingestemd met de beëindiging, mede gelet op haar persoonlijke situatie en ziekte. De arbeidsovereenkomst liep daarom nog door en de werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf augustus 2025, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, en tot toelating van de werknemer tot de werkvloer na herstel. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon en toelating tot werk na herstel.