Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af..
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd geconfronteerd met een verlenging van de maatregel van bewaring door de minister van Asiel en Migratie. De minister verlengde de bewaring met maximaal twaalf maanden omdat eiser niet meewerkte aan zijn uitzetting en de benodigde documentatie ontbrak. De rechtbank stelde vast dat de minister voldoende gronden had voor de verlenging, waaronder het niet meewerken van eiser aan het vaststellen van zijn identiteit en het niet opvolgen van vertrekverplichtingen.
Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije, mede omdat de Algerijnse autoriteiten niet reageerden op de laissez passer-aanvraag. De rechtbank erkende dat voortzetting van vrijheidsontneming zonder uitzicht op uitzetting onrechtmatig kan zijn, maar oordeelde dat het belang van de minister bij voortzetting zwaarder woog. Eiser had meerdere keren aangegeven niet mee te willen werken en had zijn paspoort in Frankrijk achtergelaten zonder actie te ondernemen om dit te verkrijgen.
De rechtbank verwierp het beroep en het betoog dat de bewaring in strijd was met artikel 5 EVRM Pro. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter R.P. van Eerde en griffier H.B. Slot-Akkerman. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.