Eisers, een vrouw en haar kinderen van Turkse nationaliteit, vroegen asiel aan vanwege de verdenking van aanhangen van de Gülenbeweging, een terroristische organisatie volgens Turkse autoriteiten. De vader van eisers zit een gevangenisstraf uit voor deelname aan de couppoging van 2016, maar werd vrijgesproken van lidmaatschap van de Gülenbeweging. De minister wees de asielaanvraag af omdat volgens hem eisers niet als Gülenaanhangers worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers niet als Gülenaanhangers worden gezien. De vrijspraak van lidmaatschap in de strafrechtelijke procedure betekent niet dat de familie niet wordt gezien als aanhangers, zeker gezien het bestuursrechtelijke ontslag van de vader wegens banden met de beweging. Ook is de straf van dertien en een half jaar relatief hoog en wijkt af van gemiddelde straffen.
De rechtbank wijst het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat de omstandigheden verschillen van andere zaken. De belangen van de kinderen moeten worden meegewogen bij een nieuw besluit. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten.