ECLI:NL:RBDHA:2026:11670

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
NL25.60084
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak rechtbank

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 1 december 2025. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft op 13 mei 2026 zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat op dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.60083) reeds een uitspraak is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.60084

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Hoesseinbaks).

Procesverloop

Met een besluit van 1 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.60083, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 13 mei 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.