Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 10 december 2024. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, dat op 3 februari 2026 kennelijk ongegrond werd verklaard. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde eiser op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid het griffierecht te betalen binnen een termijn van vier weken na dagtekening van de nota van 13 februari 2026. Het griffierecht werd echter niet binnen deze termijn voldaan en eiser gaf geen verschoonbare reden voor het verzuim.
Op grond van artikel 8:41, zesde lid, Awb verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk beoordeeld en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.