Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11643

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
NL26.8923
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning

Verzoeker diende op 5 februari 2026 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag bij besluit van 17 februari 2026 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in (zaak NL26.8922) en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 7 mei 2026 in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden. Op diezelfde dag werd het samenhangende beroep ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak zag de voorzieningenrechter geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep reeds ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.8923 (voorlopige voorziening)
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Birrou),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft op 5 februari 2026 een herhaalde aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend in Nederland.
1.1
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 17 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om, samenhangend zijn beroep NL26.8922 tegen het bestreden besluit, een voorlopige voorziening te treffen.
1.3
De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, B. Zagdhoud als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Gronden van de beslissing

2. Bij mondelinge uitspraak van 7 mei 2026 is het samenhangende beroep van verzoeker (NL26.8922) ongegrond verklaard. Omdat inmiddels op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan op de openbare zitting van 7 mei 2026 door mr. E.M.A. Vinken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.