ECLI:NL:RBDHA:2026:11639
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvragen van Egyptisch gezin
Eisers, een gezin uit Egypte, dienden opvolgende asielaanvragen in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen en in hoger beroep ongegrond verklaard. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze opvolgende aanvragen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet, omdat de nieuwe informatie niet relevant was voor een andere uitkomst.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de systematiek van artikel 30a correct heeft toegepast. Hoewel eisers nieuwe documenten overlegden, waaronder een vonnis en een verklaring over bekering tot de islam, waren deze documenten waarschijnlijk niet bevoegd opgemaakt en bouwden voort op een eerder ongeloofwaardig geacht asielrelaas. Verweerder hoefde eiser 2 niet te horen omdat diens aanvraag geen nieuwe relevante elementen bevatte.
Verder concludeert de rechtbank dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er geen reëel risico bestaat op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Egypte. De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvragen.