Eiser, een Senegalese nationaliteit toebedeeld, diende op 19 november 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, waarna de rechtbank Haarlem het besluit vernietigde en de minister opdroeg opnieuw te beslissen. Bij het bestreden besluit van 16 september 2025 wees de minister de aanvraag opnieuw af, ditmaal op grond van onvoldoende geloofwaardigheid van de vrees voor rebellen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de identiteit van eiser niet geloofwaardig achtte, mede omdat eiser zijn paspoort had weggegooid en alleen een kopie van de achterkant van een identiteitsbewijs overlegde, waarvan authenticiteit niet kon worden vastgesteld. De nationaliteit van eiser werd wel aangenomen.
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van eiser over de aanvallen door rebellen tegenstrijdig en summier zijn, met wisselende verklaringen over de mishandeling van zijn broer en zijn woonsituatie. Ook is onvoldoende verklaard waarom eiser pas in 2024 vluchtte terwijl eerdere aanvallen plaatsvonden. De rechtbank acht de vrees voor rebellen daarom niet geloofwaardig en verklaart het beroep ongegrond.