ECLI:NL:RBDHA:2026:11589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oromo minderjarige wegens ongeloofwaardige vrees vervolging
Eiser, een minderjarige van Ethiopische Oromo afkomst, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen. Hij stelde dat hij vanwege deelname aan een demonstratie in Ethiopië en politieke activiteiten in Nederland vervolging en mishandeling bij terugkeer vreesde.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de gestelde problemen in Ethiopië betwijfelde, mede vanwege summiere verklaringen en het lange tijdsverloop tussen demonstratie en vertrek. De politieke activiteiten in Nederland werden als marginaal beoordeeld, onvoldoende om vervolging te rechtvaardigen.
Ook werd geoordeeld dat de minister voldoende rekening hield met de leeftijd en het referentiekader van eiser, ondanks inconsistenties in geboortedatum. Het verzoek om een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid werd afgewezen omdat eiser meerderjarig was geworden binnen de wettelijke beslistermijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.