ECLI:NL:RBDHA:2026:11575
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag moeder over minderjarige
De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over de minderjarige te wijzigen in eenhoofdig gezag ten gunste van haarzelf. De rechtbank had eerder een onderzoek gelast door de Raad voor de Kinderbescherming, die aanvankelijk adviseerde het verzoek aan te houden om de communicatie tussen ouders te verbeteren.
Tijdens de zitting verscheen de moeder, maar de vader was ondanks oproeping afwezig. De minderjarige heeft zich uitgelaten over het verzoek. De Raad concludeerde dat er sinds 2021 feitelijk al sprake was van eenhoofdig gezag bij de moeder vanwege het gebrek aan contact met de vader.
De moeder gaf aan dat de vader al ruim vier jaar geen rol speelt in het leven van de minderjarige en dat het moeizame contact het nemen van gezagsbeslissingen bemoeilijkt. De rechtbank constateerde dat de vader geen actie onderneemt om de situatie te verbeteren en dat voortzetting van gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico inhoudt dat de minderjarige klem komt te zitten.
De rechtbank wees het verzoek toe en belastte de moeder met het eenhoofdig gezag, waarbij zij tevens verklaarde dat er geen verhuisplannen naar het buitenland zijn. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en vervangt eerdere beslissingen.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder over de minderjarige.