Uitspraak
Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang
Beschikking op het op 17 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
- het Verkort Clientplan voor de ouders van [minderjarige] van Jeugdformaat van 26 februari 2026;
- de brief van 1 april 2026, met aanvullend verzoek en bijlagen, namens de vader.
Feiten
[geboorteplaats] .
- De vader heeft [minderjarige] erkend.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
- Bij voorlopige voorzieningen van deze rechtbank van 14 mei 2025 zijn de ouders doorverwezen naar ouderschapsbemiddeling en is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de zorg- c. q. omgangsregeling in bodemprocedure aangehouden.
- Er loopt op dit moment bij deze rechtbank een andere bodemprocedure ten aanzien van de vernietiging van de erkenning van de vader over [minderjarige] , bekend onder zaaknummer C/09/675724.
Verzoek en verweer
- te bepalen dat partijen worden belast met het gezamenlijk gezag over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats];
- te bepalen dat een zorgregeling wordt vastgesteld, in die zin dat [minderjarige] elke oneven week van zondag 17.00 uur tot de navolgende zondag om 17.00 uur bij de vader verblijft, althans een zodanige zorgregeling te bepalen als uw rechtbank in goede justitie juist acht;
- te bepalen dat een regeling betreffende de verjaardagen, feestdagen en vakantiedagen wordt vastgesteld, in die zin dat [minderjarige] :
- te bepalen dat moeder een dwangsom verbeurt van € 250 per dag of dagdeel dat zij de door uw rechtbank te bepalen zorgregeling en regeling betreffende de verjaardagen, feestdagen en vakantiedagen niet nakomt, meteen maximum van € 15.000, althans een zodanige dwangsom te bepalen als uw rechtbank in goede justitie juist acht;
- indien uw rechtbank partijen nogmaals doorverwijst naar hulpverlening, te bepalen dat moeder haar onvoorwaardelijke en volledige medewerking daaraan dient te verlenen, op ieder eerste verzoek van de desbetreffende hulpverleningsinstantie, op straffe van een dwangsom van € 250 per dag of dagdeel dat moeder haar medewerking daaraan niet verleent, met een maximum van € 15.000, althans een zodanige beslissing te nemen als uw rechtbank in goede justitie meent te behoren te beslissen;
Beoordeling
Beslissing
ten aanzien van het gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang aan tot1 oktober 2026 pro forma.