11.7.De rechtbank concludeert dat het Uwv er welbewust voor heeft gekozen om de belanghebbenden bij zaken als de onderhavige gedurende lange tijd in onzekerheid te laten, en dat het zich neerlegt bij de (financiële) gevolgen hiervan. De rechtbank ziet hierin geen basis om een langere beslistermijn te bepalen. Als het Uwv de gevolgen van zijn eigen werkwijze in dit soort gevallen onwenselijk acht, is het niet aan de rechter maar aan de wetgever om een structurele oplossing te bieden. Dat het Uwv zich dat realiseert, blijkt ook uit meergenoemde Kamerbrief, waarin staat dat het ministerie van SZW met het Uwv voorbereidingen treft om de procedure rondom bestuurlijke dwangsommen tijdelijk buiten werking te stellen voor de WIA. De rechterlijke dwangsommen blijven dan voorlopig in stand, aldus nog steeds de Kamerbrief.
12. De overige stellingen van het Uwv, die niet met feiten en omstandigheden zijn onderbouwd, brengen ook geen verandering in de beslistermijn. De enkele omstandigheid dat het Uwv eerder genomen maatregelen weer heeft stopgezet en dat verzekeringsartsen de organisatie hebben moeten verlaten, maakt nog niet dat de door deze rechtbank eerder opgelegde nadere beslistermijnen onrealistisch kort zouden zijn.
13. De rechtbank hecht er ten slotte belang aan dat de gemachtigde van eiseres onweersproken heeft gesteld dat het Uwv in het overgrote deel van de dossiers waarin een rechterlijke uitspraak is gedaan, alsnog binnen de gestelde termijn een besluit heeft genomen. Ook dit draagt bij aan het oordeel van de rechtbank dat de gehanteerde termijn van negen weken na de datum van verzending van de uitspraak niet onrealistisch kort is.
Toepassing op deze beroepszaak
14. De rechtbank zal de onder 5 uiteengezette termijnen ook in deze zaak bepalen. In dit beroep is het de rechtbank niet gebleken dat bekend is wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak.
15. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een dwangsom op te leggen. De rechtbank ziet op basis van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, en de prioritering door het Uwv, geen aanleiding om af te wijken van het landelijke beleid van de rechtbanken hierover.De rechtbank zal dus bepalen dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-.
16. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.
17. De rechtbank zal het Uwv veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5).