AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens onzorgvuldigheid en onvoldoende doorvragen
Eiseres, een vrouw van Oegandese nationaliteit, diende op 10 november 2025 een asielaanvraag in vanwege haar lesbische geaardheid en de daaruit voortvloeiende vervolging in Oeganda. De minister wees de aanvraag op 7 december 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat de seksuele gerichtheid en de problemen daarvan volgens de minister niet geloofwaardig waren en onvoldoende onderbouwd met documenten.
Eiseres voerde in beroep aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen, onder meer omdat de minister onvoldoende rekening had gehouden met haar traumatische voorgeschiedenis en de specifieke context van de lhbti-gemeenschap in Oeganda. Tevens was er onvoldoende doorgevraagd naar haar littekens en foto’s die haar relatie met een vrouw ondersteunden.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat de hoormedewerker niet doorvroeg naar de littekens, terwijl dit relevant was voor de asielmotieven. Ook achtte de rechtbank aannemelijk dat eiseres haar aanvullende informatie in beroep redelijkerwijs niet eerder kon aanvoeren vanwege trauma en PTSS. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf de minister zes weken, met mogelijke verlenging tot acht weken, om een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep zelf al werd behandeld. De minister werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres ter hoogte van € 2.802,-.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onzorgvuldigheid en onvoldoende doorvragen, met opdracht tot een nieuw besluit binnen zes weken.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.60808 (beroep)
NL25.60809 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedag] 1987, van Oegandese nationaliteit, eiseres en verzoekster, hierna eiseres
(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M. Volker).
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter haar verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
Eiseres heeft op 10 november 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het besluit van 7 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. [1] Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 23 april 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door mr. M.A. Collet, als waarnemer van haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiseres heeft – kort samengevat – het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd. Sinds 2013 heeft eiseres een lesbische relatie gehad met [persoon] . In 2015 werden zij betrapt door haar echtgenoot en moest eiseres van hem het contact met [persoon] verbreken. Eiseres en [persoon] hebben de relatie echter in het geheim voortgezet. In 2025, toen eiseres en [persoon] in een hotel verbleven, zijn zij nog een keer betrapt, dit keer door de partner van [persoon] , die ook de politie heeft gealarmeerd. Eiseres werd vervolgens enige tijd in een politiecel vastgehouden en mishandeld. Nadat zij op borgtocht was vrijgelaten is zij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Na haar ontslag heeft eiseres ondergedoken gezeten. Uiteindelijk wist zij met hulp van een andere vriendin en een reisagent die een visum heeft geregeld, Oeganda te verlaten. Bij terugkeer vreest eiseres een levenslange gevangenisstraf of de doodstraf vanwege haar seksuele gerichtheid.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bestaat volgens de minister uit de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst; en
gestelde seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen.
3.1.
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De gestelde seksuele gerichtheid van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen vindt de minister niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen onvoldoende met documenten onderbouwd. Zij krijgt niet het voordeel van de twijfel [2] omdat zij geen goede verklaring heeft voor het ontbreken van relevante documenten. [3] Daarnaast vormen de verklaringen van eiseres over dit asielmotief volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. [4] Verder kan eiseres in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd [5] omdat zij vervalste documenten heeft overgelegd. De minister vindt onder andere dat eiseres over haar seksuele gerichtheid en over haar relatie met [persoon] slechts summier en oppervlakkig heeft verklaard. Volgens de minister is het daarnaast ongerijmd dat eiseres en [persoon] in een hotel hebben afgesproken, terwijl zij ook heeft verklaard dat dat verdacht is. Eiseres wist bovendien weinig te vertellen over de lhbti-situatie in Oeganda en Nederland. Verder werpt de minister eiseres tegen dat zij Nederland is ingereisd met een vervalst paspoort en dat zij ook politiedocumenten en geboorte- en trouwaktes heeft overgelegd die vals zijn gebleken.
Wat voert eiseres aan in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar asielaanvraag en stelt dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Zij voert in dat verband onder andere het volgende aan. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met haar referentiekader en de medische documenten uit Oeganda. De minister heeft bovendien nagelaten het asielrelaas binnen de specifieke context van de lhbti-gemeenschap in Oeganda te plaatsen. Ook heeft de minister tijdens het gehoor ten onrechte niet doorgevraagd naar haar littekens en naar de foto’s van eiseres met [persoon] . Eiseres vindt dat zij voldoende concreet heeft verklaard over haar seksuele gerichtheid en haar gevoelens voor [persoon] . Het is niet ongerijmd dat zij met [persoon] in een hotel had afgesproken.
4.1.
In beroep heeft eiseres haar asielrelaas aangevuld. Zo heeft zij een e-mail overgelegd waarin zij beschrijft dat zij op jonge leeftijd is mishandeld door haar buurvrouw nadat zij was betrapt met haar dochter. Eiseres heeft hierdoor ernstige brandwonden opgelopen. Ook schrijft eiseres vroeger door haar moeder fysiek te zijn mishandeld. Zij licht toe dat zij over deze punten eerder niet heeft kunnen vertellen omdat zij te getraumatiseerd en bang was doordat de wijze waarop zij na aankomst op Schiphol door de politie werd behandeld haar deed denke aan de wijze waarop zij door de politie in Oeganda is mishandeld en misbruikt. Uit het medisch dossier blijkt dat eiseres bij de medische dienst van het AZC melding heeft gemaakt van een traumatische voorgeschiedenis waarin er tijdens haar jeugd herhaaldelijk blootstelling is geweest aan fysiek en psychisch geweld. Ook staat daarin dat eiseres heeft gemeld dat zij door de politie in Oeganda is verkracht en mishandeld. Ter zitting heeft eiseres nader verklaard over de mishandeling door haar buurvrouw en de reden waarom zij nu wel in staat is hierover te vertellen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Naar het oordeel van de rechtbank is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en zij overweegt daartoe als volgt. De rechtbank stelt voorop dat zij gelet op de volledige en ex nunc toets van zowel de feitelijke als de juridische gronden [6] , alle relevante feiten en omstandigheden betrekt die op het moment van beoordeling bekend zijn, ook indien deze na het besluit naar voren zijn gebracht.
5.1.
Allereerst is naar het oordeel van de rechtbank van belang dat eiseres al in het aanmeldgehoor [7] en het nader gehoor [8] heeft verklaard over haar littekens, deze waren dus al bij de minister bekend ten tijde van de besluitvorming. De hoormedewerker heeft echter nagelaten door te vragen naar de oorzaak van de littekens. Uit de Werkinstructie 2021/13 van de minister volgt dat er een samenwerkingsverplichting tussen de hoormedewerker en de vreemdeling bestaat en dat de hoormedewerker voldoende moet doorvragen. [9] De hoormedewerker luistert naar indicaties, zoals de verbanden tussen de verklaringen of ervaringen van de vreemdeling enerzijds en de gronden van asiel anderzijds. [10] In dat licht, en gelet op artikel 31, vijfde lid, van de Vw 2000, had het op de weg van de minister gelegen om door te vragen naar de littekens en de mogelijke samenhang met de gestelde vervolging vanwege haar seksuele gerichtheid. Indien eiseres eerder is blootgesteld aan vervolging wegens haar seksuele gerichtheid, is dat immers een duidelijke aanwijzing dat haar vrees voor vervolging gegrond is [11] . Door hier niet over door te vragen is het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen.
5.2.
De minister heeft zich weliswaar terecht op het standpunt gesteld dat de aanvullingen op het asielrelaas in beginsel te laat zijn aangevoerd, maar de rechtbank is van oordeel dat het dossier voldoende aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat eiseres deze informatie redelijkerwijs niet eerder naar voren heeft kunnen brengen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
5.3.
Uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat eiseres zichtbaar geëmotioneerd raakte bij het bespreken van haar ervaringen met de politie in Oeganda. [12] Daarnaast is eiseres bij aankomst in Nederland direct in detentie geplaatst, terwijl een deel van de gestelde traumatische gebeurtenissen zich eveneens in detentie heeft afgespeeld. Dit gegeven vindt de rechtbank van belang voor de vraag in hoeverre eiseres in staat kon worden geacht in een dergelijke omgeving volledig te verklaren over traumatiserende ervaringen. Daar komt bij dat uit het medisch dossier een vermoeden van PTSS naar voren komt, wat een medische onderbouwing zou kunnen vormen voor de gestelde belemmering om eerder volledig te verklaringen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met de specifieke situatie van eiseres. Hierdoor is het gehoor niet volledig geweest en is het besluit ook om die reden onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is gegrond omdat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel [13] . De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De minister moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag en daarbij rekening houden met deze uitspraak. [14] Het ligt voor de hand dat de minister eiseres in dat verband opnieuw zal horen. De rechtbank stelt voor het nemen van het nieuwe besluit een termijn van zes weken. Indien de minister in deze uitspraak aanleiding ziet om eiseres opnieuw te horen, wordt de termijn met twee weken verlengd tot acht weken.
7. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
8. Nu het beroep tegen het bestreden besluit gegrond is, zal de rechtbank de minister veroordelen in de door eiseres gemaakt proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,-. [15]
Beslissing
De rechtbank in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.60808:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 7 december 2025;
draagt de minister op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Deze termijn wordt met twee weken verlengd tot acht weken indien de minister eiseres opnieuw zal horen.
De voorzieningenrechter in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.60809:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
De rechtbank/voorzieningenrechter in beide zaken:
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een totaalbedrag van € 2.802,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Voetnoten
1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
2.Als bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000.
3.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.
4.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
5.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000.
6.Zoals volgt uit artikel 83a van de Vw 2000.
7.Verslag van het aanmeldgehoor van 13 november 2025, p. 9-10.
8.Verslag van het nader gehoor, p. 8.
9.Werkinstructie 2021/13 ‘Nader gehoor’, p. 3, 9.
10.Idem, p. 9.
11.Op grond van artikel 31, vijfde lid, van de Vw 2000.
12.Verslag van het nader gehoor van 21 november 2025, p. 8.
13.Op grond van artikel 3:2 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
14.De rechtbank geeft hierbij toepassing aan artikel 8:72, vierde lid, van de Awb.
15.1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 1.