De rechtbank Den Haag heeft op 11 mei 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser twee beroepen instelde tegen besluiten van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste beroep betrof het plaatsingsbesluit van 1 maart 2026 om eiser in de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) Hoogeveen te plaatsen. Het tweede beroep richtte zich tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister op dezelfde datum.
De feiten betreffen een incident op 28 februari 2025 waarbij eiser betrokken was bij geluidsoverlast en agressief gedrag richting beveiligers. Uit de verslaglegging van het COA blijkt dat eiser meerdere keren harde muziek speelde, niet meewerkte aan verzoeken om dit te stoppen, en vervolgens beveiligers fysiek aanviel, wat leidde tot verwondingen en politie-ingrijpen. De rechtbank acht de verslaglegging betrouwbaar en concludeert dat het incident een zeer grote impact had op de veiligheid en sfeer binnen de opvanglocatie.
De rechtbank oordeelt dat het COA het incident terecht heeft gekwalificeerd en dat het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel in overeenstemming zijn met het geldende maatregelenbeleid. Eiser heeft onvoldoende omstandigheden aangevoerd om van het beleid af te wijken. Het beroep tegen beide besluiten wordt daarom ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.