ECLI:NL:RBDHA:2026:11463
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Zweden
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling zijn genomen omdat Zweden volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan over het beroep zelf, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan over het beroep.