Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.de vennootschap onder firma CAT INFRA te Rijswijk,
[partij B sub 2]te Rijswijk,
[partij B sub 3]te Den Haag,
[partij B sub 4]te Den Haag,
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 september 2025, met producties 1 tot en met 28;
- de akte vermeerdering van eis, tevens overleggen nadere producties, met producties 29 en 30;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 13;
- het tussenvonnis van 26 november 2025, waarin een mondelinge behandeling is bevolen;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 31 tot en met 48;
- de brief van 26 januari 2026 van MDF, met productie 49.
2.De feiten
9. SCHADES EN KLACHTEN
3.Het geschil
- Cat Infra heeft, door niet de zorgvuldigheid te hanteren die van haar verwacht had mogen worden, schade veroorzaakt bij de uitvoering van haar werkzaamheden bij diverse in opdracht van MDF uitgevoerde projecten, zonder deze te melden. Cat Infra is hierdoor toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van onderaanneming. De herstelwerkzaamheden zijn inmiddels door derden uitgevoerd. Voor de hieraan verbonden kosten is MDF aangesproken en zij heeft deze kosten ook voldaan. MDF maakt tegenover Cat Infra aanspraak op de door haar in verband met het schadeherstel betaalde kosten. Deze schade bedraagt thans nog, na verrekening met facturen van Cat Infra, € 41.463,72.
- Daarnaast maakt MDF op grond van het bepaalde in 9.3 van de tussen partijen gesloten schriftelijke overeenkomst aanspraak op een bedrag van € 3.500 aan contractuele boete voor de niet-gemelde kabelschades.
- MDF vordert tot slot betaling van € 1.199,64 aan buitengerechtelijke incassokosten.