ECLI:NL:RBDHA:2026:11453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. Wilts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Duitsland
Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister niet-ontvankelijk is verklaard omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Duitsland. Eiser betwist deze niet-ontvankelijkverklaring en voert aan dat de behandeling in Duitsland slecht is, onder meer door politieoptreden en aanvallen in opvanglocaties, en dat hij geen band met Duitsland heeft.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van de bescherming in Duitsland en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De enkele incidenten en algemene verwijzingen naar discriminatie zijn onvoldoende om het vermoeden te weerleggen. Ook is het niet aannemelijk dat eiser niet naar Duitsland kan terugkeren.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring. Hierdoor hoeft de minister niet te onderzoeken of eiser in Nederland internationale bescherming kan krijgen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.J. Wilts en griffier K.I. Legendal - Moesker.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.