ECLI:NL:RBDHA:2026:11423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verschil in beschermingsbeleid
Eiser, een Somalische journalist, diende op 7 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat Noorwegen eerder een visum aan eiser had verleend. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag daarom niet in behandeling.
Eiser voerde aan dat overdracht aan Noorwegen onevenredige hardheid oplevert vanwege verschillen in het beschermingsbeleid voor Somalische journalisten tussen Nederland en Noorwegen. Hij stelde dat Noorwegen geen passend beleid heeft voor mensen die door journalistieke werkzaamheden in negatieve aandacht van de autoriteiten zijn gekomen, wat in Nederland wel het geval is.
De rechtbank oordeelde dat binnen de Dublinprocedure geen ruimte is om verschillen in beschermingsbeleid tussen lidstaten te toetsen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Noorwegen een reëel risico loopt op indirect refoulement. Ook de aangeleverde bewijzen, waaronder een Noors nieuwsbericht en namen van uitgezette Somaliërs, onderbouwen dit niet.
De Noorse autoriteiten hebben bovendien garanties gegeven dat de asielaanvraag van eiser met inachtneming van internationale verplichtingen wordt behandeld en dat uitzetting die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro wordt voorkomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.