Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
Wij kwamen als eerste ter plaatse. Ik zag enorme vlammen uit het raam van de woning op de bovenste verdieping van het portiek komen. Voor het portiek stonden diverse mensen. Ik nam de bewoonster van [adres 1] apart. De bewoonster was: [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1963 te [geboorteplaats 2] .
Ik vroeg naar de oorzaak van de brand. Ik hoorde dat [naam 1] zei tegen mij dat haar zoon brand had gesticht in zijn slaapkamer en dat hij vervolgens de woning had verlaten. De zoon van [naam 1] is: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1993 te [geboorteplaats 1] .
Ik stond voor mijn woning en zag vanuit het raam van mijn bovenburen vlammen vanuit het raam komen.
Ik heb op dit moment erge schade door de brand en het water van het blussen. Het plafond van de slaapkamer is naar beneden gekomen door het water. Door het blussen van de brand is mijn matras helemaal nat geworden en niet meer te gebruiken. In de woonkamer heb ik ook een plek op het plafond wat nat is. Mijn kleed van de woonkamer is nat door het blussen.
Ik heb waterschade aan mijn plafond op verschillende plekken in mijn huis. Zo is het plafond verkleurd en de latjes tegen het plafond gaan bol staan en laten los.
De [adres 1] betreft een portiekwoning. De portiek bestaat uit zes woningen, drie bouwlagen, twee woningen op de begane grond en een trapopgang naar de eerste verdieping. Er bevinden zich twee woningen op de eerste verdieping en twee woningen op de tweede verdieping.
- wc;
- slaapkamer 1 (achterzijde woning) ;
- keuken (achterzijde woning) ;
- woonkamer;
- berging (voorzijde woning) ;
- slaapkamer 2 (voorzijde woning) ;
- inpandige kast met Cv-ketel .
Na de eerste rondgang door de woning, zagen wij, verbalisanten, aan de hand van brandpatronen en brandverloopindicatoren dat het ontstaansgebied in slaapkamer 2 bevond. Wij zagen in alle overige ruimtes roetafzetting en breuken van hitte inwerking in het plafond, muren en glas.
Een natuurlijke oorzaak is onwaarschijnlijk gezien de weersomstandigheden en het tijdstip, namelijk in de nacht, waardoor een loep werking van de zon uit werd gesloten. Er waren geen indicaties gevonden tijdens het onderzoek wat kon wijzen op broei.
In het ontstaansgebied werden geen indicaties gevonden voor een technische oorzaak. De brand kan niet anders zijn ontstaan dan door menselijk handelen. Mogelijk zou kunnen zijn dat de "Zippo" vloeistof is gebruikt om de brand te doen versnellen.
In deze casus was er een gemeen gevaar voor goederen, te duchten/ontstaan door het doen laten branden van één en of meerdere goederen in slaapkamer 2, zoals bedoeld in artikel 157 en Pro 158 onder 1e lid van het Wetboek van Strafrecht. Hierdoor was schade ontstaan aan de woning en ondergelegen woningen. Tevens was er in deze casus een levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen te duchten/ontstaan, zoals bedoelt in artikel 157 en Pro 158 onder 2e lid van het Wetboek van Strafrecht, aangezien er hitte en vuur aanwezig waren, waardoor er rook ontwikkelde en meerdere ruimtes in de woning vol rook stonden.
R1: maar goed terug naar het ruitje, je zegt er is een brand ontstaan in die woning. Hoe is dat gekomen?
V: ja door baldadig experimenteren met manieren van drugsverwerking of wat dan ook. Ik was naar mijn moeder te gaan omdat ik al die sleutels had, ik had een manische episode.
V: Maar toen ik denk dat het met elkaar te maken heeft. Toen dat hele kleine korreltje crack op die folie, want toen probeerde ik dat zo, dat werd dan heet.
R1: Waardoor werd dat heet?
V: Van de onderkant, op het aluminiumfolietje, hou je dus aan de onderkant vuur.
Waardoor de brand is ontstaan, is dat ik al die crack in de pijphoofd heb gestopt.
Daar zat aluminium, want ik rook crack op een andere manier dan meestal, want ik haat gages.
En daar heb ik toen die benzine.
te duchten was
te duchten was;
nheeft vernield;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
volledigontoerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank onderschrijft dit – in de rapportages genoegzaam onderbouwde – advies en heeft ook voor het overige onvoldoende aanknopingspunten gevonden om de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Het verweer wordt verworpen.
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) MAANDEN;
20 (twintig) MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
drie jarenvastgestelde
proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;