Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin werd bepaald dat verzoeker na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming volgens Richtlijn 2001/55/EG en binnen vier weken moest terugkeren naar zijn land van herkomst.
Naar aanleiding van dit besluit heeft verzoeker op 28 maart 2024 een voorlopige voorziening gevraagd. Vervolgens heeft de minister op 22 juli 2025 een vervangend terugkeerbesluit genomen, waarop het verzoek om voorlopige voorziening mede betrekking had.
De rechtbank heeft op 7 mei 2026 buiten zitting uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.9191). Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.