ECLI:NL:RBDHA:2026:11364

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
NL26.19784
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 8:83 AwbArt. 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublinverordening

De zaak betreft een beroep tegen het besluit van 8 april 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen, omdat Litouwen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd, maar de voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld in een gelijktijdige uitspraak (zaaknummer NL26.19783), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

De beslissing is gebaseerd op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij de verantwoordelijkheid voor de asielprocedure bij Litouwen ligt. De rechtbank bevestigt hiermee de toepassing van de Dublinverordening en het niet-ontvankelijk verklaren van de asielaanvraag in Nederland.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.19784

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. Ullah)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.19783, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2026 door B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B. Biyikli, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.