Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11349

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/695508 / FA RK 25-9105
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder over minderjarige

De moeder heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De vader, die het kind heeft erkend, is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

Uit de stukken en de zitting is gebleken dat sinds april 2025 geen contact meer is tussen de ouders en dat de vader sindsdien uit het leven van het kind is verdwenen. De moeder kan de vader niet bereiken omdat hij haar op alle communicatiekanalen heeft geblokkeerd. Dit maakt het gezamenlijk uitoefenen van het gezag feitelijk onmogelijk.

De moeder ondervindt praktische problemen doordat voor belangrijke beslissingen zoals het aanvragen van een paspoort en het regelen van vakanties toestemming van de vader nodig is, wat zij niet kan verkrijgen. De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is dat de moeder voortaan zelfstandig gezagsbeslissingen kan nemen.

De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt over het kind. Dit betekent niet dat de vader geen contact meer mag hebben met het kind; de moeder staat open voor toekomstig contact. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank kent de moeder het eenhoofdig gezag toe over het minderjarige kind en beëindigt het gezamenlijk gezag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9105
Zaaknummer: C/09/695508
Datum beschikking: 31 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 21 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlage, namens de moeder.
Op 3 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en E. Garcia namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2].
  • De minderjarigen verblijven feitelijk bij de moeder.
  • De vader heeft [minderjarige 1] erkend.
  • De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] uit, de moeder heeft het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2].

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt te bepalen dat het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] wordt beëindigd en dat de moeder met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans met ingang van een zodanige datum als uw rechtbank juist acht, het eenhoofdig gezag over
[minderjarige 1] wordt toegekend, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen, als er gewijzigde omstandigheden zijn sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank zal de moeder belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1]. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende redenen. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat er sinds april 2025 geen contact is tussen de ouders en dat de vader sindsdien uit het leven van [minderjarige 1] is. Er is ook geen enkel contact tussen de vader en [minderjarige 1]. De moeder kan de vader niet bereiken, hij heeft haar op alle mogelijke communicatiekanalen geblokkeerd. Gezamenlijk gezag brengt mee dat er tenminste enige vorm van onderlinge communicatie tussen de ouders is. Als dit er niet is, is het gezamenlijk uitoefenen van het gezag feitelijk onmogelijk. Op de zitting is gebleken dat de moeder in de praktijk tegen problemen aan loopt wanneer er toestemming van de vader nodig is: voor zowel het aanvragen van een paspoort als voor een vakantie heeft de moeder vervangende toestemming aan de rechtbank moeten vragen. De rechtbank is van oordeel dat het gelet op deze situatie in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk is dat het gezag wordt gewijzigd, in die zin dat de moeder gezagsbeslissingen voortaan zelfstandig kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen. Het beëindigen van het gezag van de vader over [minderjarige 1] brengt niet met zich dat de vader geen contact met [minderjarige 1] (en [minderjarige 2]) mag hebben of dat voor nu en in de toekomst de rol van de vader daarmee volledig is uitgespeeld. De moeder heeft aangegeven dat, mocht de vader in de toekomst contact met de kinderen willen, zij daaraan mee wil werken.

BeslissingDe rechtbank bepaalt dat voortaan alleen [de moeder], geboren op [geboortedatum 3] 2005 in [geboorteplaats 3], het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2026.