ECLI:NL:RBDHA:2026:11347
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, waarop de minister op 6 februari 2026 heeft beslist. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om een voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de wettelijke termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig. Ook kan het verzoek niet worden aangemerkt als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.