Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11320

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/667119 / FA RK 24-3830
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking zorgregeling en ontslag bijzondere curator minderjarigen

De rechtbank Den Haag heeft op 10 april 2026 een herstelbeschikking gegeven ter verbetering van de beschikking van 5 maart 2026 in een zaak betreffende de zorgregeling voor twee minderjarigen. De vader verzocht om toevoeging van een maandagmiddagregeling en om beslissingen over zorg tijdens schoolvakanties en feestdagen voor de jongste minderjarige. De moeder en bijzondere curator voerden verweer tegen deze verzoeken.

De rechtbank constateerde dat de maandagmiddagregeling onderdeel was van een eerdere beschikking uit 2020, maar niet expliciet was opgenomen in de beschikking van 5 maart 2026. Dit werd als een kennelijke fout aangemerkt die eenvoudig te herstellen was. Tevens werd vastgesteld dat de zorgregeling tijdens vakanties en feestdagen doorloopt, met aanpassing van aanvangstijden op schooldagen.

Daarnaast werd het verzoek van de bijzondere curator gehonoreerd om in de herstelbeschikking op te nemen dat zijn werkzaamheden zijn afgerond en hij wordt ontslagen van zijn functie. De rechtbank erkende de complexiteit van de zaak en wees op een hogere vergoedingsregeling voor de bijzondere curator.

De beschikking van 5 maart 2026 is hersteld met toevoegingen over de zorgregeling en het ontslag van de bijzondere curator, en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de beschikking van 5 maart 2026 door toevoeging van de maandagmiddagregeling en vakanties- en feestdagenregeling voor de jongste minderjarige en ontslaat de bijzondere curator.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-3830
Zaaknummer: C/09/667119
Datum verbetering: 10 april 2026

Verbetering van een beschikking

Bijlage bij de beschikking van 5 maart 2026,gegeven op 10 april 2026
in de zaak waarin op 5 maart 2026 een beschikking is gegeven en uitgesproken, op verzoek van:
de minderjarigen:
- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
in rechte vertegenwoordigd door mr. I.J. Pieters, advocaat in Leiden,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
waarin als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het bericht d.d. 8 maart 2026 van de vader;
  • de brief d.d. 10 maart 2026 van de bijzondere curator;
  • het bericht d.d. 10 maart 2026 van de vader;
  • het bericht d.d. 20 maart 2026 van de bijzondere curator;
  • de brief d.d. 20 maart 2026 namens de moeder.

Verzoek en verweer

In het bericht d.d. 8 maart 2026 van de vader wordt verzocht voor [de minderjarige 2] aan de beslissing omtrent de zorgregeling toe te voegen dat [de minderjarige 2] ook bij de vader is op maandagmiddag tot 19.00 uur, eenmaal per veertien dagen. Daarnaast verzoekt de vader om ook nog te beslissen over de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 2] in de schoolvakanties en feestdagen.
De moeder en de bijzondere curator zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op voormelde verzoeken. De bijzondere curator en de moeder hebben verweer gevoerd tegen de verzoeken, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
In de brief d.d. 10 maart 2026 van de bijzondere curator wordt verzocht om in een herstelbeschikking een overweging op te nemen waaruit blijkt dat zijn werkzaamheden betrekking hadden op uiteenlopende belangen tussen de beide kinderen en zijn werkzaamheden als bijzondere curator te beëindigen.

Beoordeling

De vader stelt dat de rechtbank in het vastleggen van de regeling tussen [de minderjarige 2] en de vader is vergeten de maandagmiddag op te nemen. Deze maandagmiddag is onderdeel van de regeling zoals vastgelegd door deze rechtbank in de beschikking van 27 november 2020.
De bijzondere curator heeft in zijn reactie aangegeven dat de regeling zoals nu wordt uitgevoerd tussen de vader en [de minderjarige 2] , volgens de bijzondere curator is zoals in het dictum van de beschikking van deze rechtbank van 5 maart 2026 is opgenomen. De moeder sluit zich aan bij de bijzondere curator en geeft aan dat er, naar haar oordeel, geen sprake is van een kennelijke fout.
De rechtbank constateert dat op de zitting is besproken dat de zorgregeling, zoals die nu wordt uitgevoerd tussen de vader en [de minderjarige 2] , vastgelegd zou worden. Daarbij is niet expliciet gesproken over de omgang tussen de vader en [de minderjarige 2] op de maandagmiddag eens in de veertien dagen. Op zitting is wel duidelijk geworden dat de zorgregeling zoals eerder in de beschikking van 27 november 202 is vastgelegd, door de ouders wordt uitgevoerd, maar zonder overnachtingen. Nu in die zorgregeling de maandag wel is opgenomen is de rechtbank van oordeel dat dat de beschikking d.d. 5 maart 2026 een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fout bevat, en daarom dient die beschikking op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te worden verbeterd zoals hierna weergegeven.
De vader vraagt zich af hoe de zorgregeling die in de beschikking van 5 maart 2026 door de rechtbank is vastgelegd zich verhoudt tot de vakantieregeling zoals die is vastgelegd in de beschikking van 10 januari 2024. De moeder heeft zich hierover niet uitgelaten.
De rechtbank oordeelt als volgt. In de beschikking van 30 oktober 2024 staat het volgende:

Informele rechtsingang

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben de rechtbank op 28 mei 2024 een brief geschreven, waarin zij aangeven dat zij minder lang bij de vader willen zijn. In de brieven van [de minderjarige 1] , ingekomen op 10 en 12 september 2024, schrijft hij dat hij zelf de keuze wil hebben om naar zijn vader te gaan. De kinderrechter begrijpt het verzoek als een wijziging van de beschikkingen van 27 november 2020 en 10 januari 2024, in die zin dat de vastgestelde zorgregeling inclusief vakantie- en feestdagenregeling wordt gewijzigd.

De rechtbank constateert dat zij heeft verzuimd om op het verzoek tot wijzing van de vakantie- en feestdagenregeling te beslissen wat [de minderjarige 2] betreft. De rechtbank is van oordeel dat dat de beschikking d.d. 5 maart 2026 een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fout bevat, en daarom dient die beschikking op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te worden verbeterd.
In de beschikking van 10 januari 2024 heeft de rechtbank een specifieke regeling over de zorg tijdens de vakanties en feestdagen vastgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de zorgregeling, zoals die nu wordt uitgevoerd tussen de vader en [de minderjarige 2] , tijdens de vakanties en feestdagen moet doorlopen. Daarbij wordt voor het aanvangstijdstip in de middag aansluiting gezocht bij de eindtijden van de school van [de minderjarige 2] . Voorts geldt dat in de vakantieweken en op de feestdagen die [de minderjarige 1] volgens de beschikking van 10 januari 2024 bij de moeder is, [de minderjarige 2] ook aaneensluitend bij de moeder zal zijn en er die weken en op die feestdagen dus geen zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 2] zal plaatsvinden. De rechtbank zal de beschikking verbeteren zoals hierna weergegeven.
De rechtbank zal de verzoeken van de bijzondere curator ten aanzien van zijn werkzaamheden en het einde daarvan honoreren en de beschikking verbeteren zoals hierna weergegeven.

Beslissing

De rechtbank:
verbetert voormelde beschikking van 5 maart 2026 in die zin dat aan het lichaam wordt toegevoegd:
Ten aanzien van de werkzaamheden van de bijzondere curator overweegt de rechtbank het volgende. De bijzondere curator heeft een eindrapportage opgesteld voor alle belanghebbende en de rechtbank. De rechtbank concludeert daarmee dat de opdracht en de werkzaamheden van de bijzondere curator vervuld zijn. De rechtbank zal de bijzondere curator, onder dankzegging voor de door hem verrichte inspanningen, ontslaan van zijn verplichtingen in deze zaak. De rechtbank merkt met het oog op de van toepassing zijnde vergoedingsregel inzake rechtsbijstand- en toevoegcriteria op dat de bijzondere curator in dit concrete geval aanspraak kan maken op de hogere vergoedingsregel, nu er sprake is van uiteenlopende belangen en complexe problematiek.
verbetert voormelde beschikking van 5 maart 2026 in die zin dat het dictum komt te luiden:
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank
van 27 november 2020 - :
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn tijdens de schoolweken eenmaal per veertien dagen:
- op donderdag en vrijdag uit school tot 19.00 uur;
- op zaterdag en zondag van 10.00 uur tot 20.00 uur,
- op maandag uit school tot 19.00 uur,
waarbij het halen en brengen in onderling overleg gebeurt en waarbij de jeugdbeschermer de volledige regie over eventuele aanpassingen heeft;
*
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank
van 10 januari 2024 - :
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn tijdens de vakanties en feestdagen eenmaal per veertien dagen:
- op donderdag en vrijdag tot 19.00 uur;
- op zaterdag en zondag van 10.00 uur tot 20.00 uur;
- op maandag tot 19.00 uur;
- waarbij het aanvangstijdstip op maandag, donderdag en vrijdag zal zijn het tijdstip
waarop de school op die dag zou eindigen als het een schooldag zou zijn geweest;
- waarbij voorts geldt dat in de vakantieweken en op de feestdagen die [de minderjarige 1] volgens de beschikking van 10 januari 2024 bij de moeder is, [de minderjarige 2] ook aaneensluitend bij de moeder zal zijn en er die weken en op die feestdagen dus geen zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 2] zal plaatsvinden;
waarbij het halen en brengen in onderling overleg gebeurt en waarbij de jeugdbeschermer de volledige regie over eventuele aanpassingen heeft;
*
ontslaat de bijzondere curator van zijn functie als bijzondere curator over [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] ;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
handhaaft de beschikking d.d. 5 maart 2026 voor het overige.
De beschikking d.d. 5 maart 2026 is hersteld door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.