ECLI:NL:RBDHA:2026:11296

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/691991 / HA RK 25-528
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet vaststellingsprocedure staatloosheidDublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling van staatloosheid van verzoekster met Palestijnse achtergrond

Verzoekster, geboren in Syrië in 1997 en van Palestijnse afkomst, heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van haar staatloosheid. Zij heeft via Libanon, Roemenië en Cyprus naar Nederland gereisd en verblijft sinds november 2022 in Nederland. De rechtbank heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling behandeld, waarbij de Staat subsidiair het verzoek heeft toegewezen.

De rechtbank heeft onderzocht of verzoekster als onderdaan kan worden beschouwd van de Palestijnse Gebieden, Syrië, Libanon, Roemenië of Cyprus. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen zonder andere nationaliteit als staatloos worden beschouwd. De Syrische nationaliteitswetgeving maakt het onwaarschijnlijk dat verzoekster de Syrische nationaliteit bezit, mede omdat zij een identiteitskaart voor Palestijnse vluchtelingen heeft. Ook is niet aannemelijk dat zij de nationaliteit van Libanon, Roemenië of Cyprus heeft verkregen, aangezien zij daar slechts kort verbleef om door te reizen.

Op grond van deze feiten stelt de rechtbank vast dat verzoekster staatloos is. De beschikking is gegeven door rechter H.M. Boone in aanwezigheid van mr. S. Sluijmer en uitgesproken op 10 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekster staatloos is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: HA RK 25-528
Zaaknummer: C/09/691991
Datum beschikking: 10 april 2026

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 23 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J.A. Bakker in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,
zetelende in ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. Y. Verheugd.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 24 november 2025 van de Staat;
  • het bericht van 27 november 2025 van verzoekster, met bijlagen;
  • het bericht van 23 december 2025 van de Staat, met bijlage;
  • het bericht van 7 januari 2026 van verzoekster;
  • het bericht van 20 januari 2026 van de Staat;
  • het bericht van 21 januari 2026 van verzoekster.
Omdat het subsidiaire advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoekster is verzocht, waarover hierna meer, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt:
  • Verzoekster is geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] , Syrië.
  • Verzoekster stelt tot 13 of 14 oktober 2022 in Syrië te hebben gewoond en via Libanon, Roemenië en Cyprus naar Nederland te zijn gereisd.
  • Verzoekster is op 16 november 2022 Nederland ingereisd en heeft op 16 november 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.
  • Verzoekster is op grond van de Dublinverordening op 19 januari 2023 overgedragen aan Roemenië.
  • Verzoekster heeft op 18 mei 2023 opnieuw een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. Bij beschikking van 20 februari 2024 is aan verzoekster een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd van 18 mei 2023 tot 18 mei 2028 verleend.
  • Verzoekster is in het bezit van de volgende documenten, die door Bureau Documenten en de Koninklijke Marechaussee op echtheid zijn onderzocht en positief zijn beoordeeld:
  • een uittreksel uit het geboorteregister;
  • een identiteitskaart voor Palestijnse vluchtelingen;
  • een Syrisch reisdocument voor Palestijnen;
  • een individueel uittreksel uit de burgerlijke stand voor Palestijnen uit Syrië;
  • een familie uittreksel uit de burgerlijke stand voor Palestijnen uit Syrië;
  • een UNRWA Family Composition Printout.

Verzoek en het advies van de Staat

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van de staatloosheid van verzoekster.
De Staat adviseert primair verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Wettelijk kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van Pro de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).
Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoekster in Nederland woont. Voor zover de Staat de stelling dat verzoekster haar belang bij haar verzoek niet heeft aangetoond handhaaft, overweegt de rechtbank dat zij het standpunt van verzoekster dat zij een onmiddellijk belang heeft bij haar verzoek volgt. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek.
Relevante landen
Gelet op de overgelegde stukken, ziet de rechtbank aanleiding om bij de beoordeling van de staatloosheid van verzoekster de Palestijnse Gebieden, Syrië, Libanon, Roemenië en Cyprus te betrekken.
Wordt verzoekster als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de overgelegde stukken, is het naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat verzoekster van Palestijnse afkomst is.
Voor zover verzoekster de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende. Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie SUA van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.
Wordt verzoekster als onderdaan van Syrië beschouwd?
Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het Algemeen Ambtsbericht Syrië van mei 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoekster de Syrische nationaliteit via haar vader of moeder kan hebben verkregen.
Verzoekster beschikt ook over een Syrische identiteitskaart voor Palestijnse vluchtelingen, zodat aannemelijk is dat de Syrische overheid verzoekster beschouwt als Palestijn zonder de Syrische nationaliteit.
Uit de Werkinstructie volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.
Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoekster de Syrische nationaliteit heeft.
Wordt verzoekster als onderdaan van Libanon beschouwd?
Gelet op de overgelegde stukken, volgt de rechtbank de conclusie van de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoekster de Libanese nationaliteit heeft verkregen, nu zij slechts voor korte duur in Libanon heeft verbleven met enkel het doel om door te reizen.
Wordt verzoekster als onderdaan van Roemenië beschouwd?
Gelet op de overgelegde stukken, volgt de rechtbank de conclusie van de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoekster de Roemeense nationaliteit heeft verkregen, nu zij slechts voor korte duur in Roemenië heeft verbleven met enkel het doel om door te reizen.
Wordt verzoekster als onderdaan van Cyprus beschouwd?
Gelet op de overgelegde stukken, volgt de rechtbank de conclusie van de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoekster de Cypriotische nationaliteit heeft verkregen, nu zij slechts voor korte duur in Cyprus heeft verbleven met enkel het doel om door te reizen.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank de staatloosheid van verzoekster vast.

Beslissing

De rechtbank:
stelt vast dat verzoekster staatloos is.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.