Uitspraak
Gezag, verdeling van zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en alimentatie
Beschikking op het op 4 juni 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland (de gecertificeerde instelling).
Feiten
Verzoek en verweer
- primair: het door de moeder overgelegde ouderschapsplan bindend te verklaren en te bepalen dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking;
- subsidiair: een zorgregeling te bepalen waarbij de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gedurende een weekend per veertien dagen bij de vader zullen verblijven en de minderjarigen [minderjarige 4] en [minderjarige 5] door de vader in overleg met de moeder kunnen worden bezocht, alsmede gedurende een deel van de schoolvakanties en feestdagen, in onderling overleg te bepalen;
- de vader te veroordelen tot betaling aan de moeder van een bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging van de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] van
- te bepalen dat de vader mede het gezag krijgt over [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] ;
- een zorgregeling vast te stellen die inhoudt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om de week bij ieder van hun ouders verblijven en dat [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] vanaf het moment dat de vader beschikt over eigen woonruimte, waarin hij voor de kinderen een slaapplek heeft, om het weekend van vrijdagmiddag 17.00 uur tot zondagmiddag 17.00 uur bij hun vader verblijven, alsmede de helft van alle schoolvakanties en de helft van de feestdagen, en te bepalen dat, zolang de vader geen slaapplek voor [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] heeft, zij om de week van zaterdagmorgen 9.00 uur tot 17.00 uur en zondag van 9.00 uur tot 17.00 uur bij hun vader verblijven, alsmede overdag gedurende de helft van de vakanties en feestdagen;
- te bepalen dat de vader aan de moeder een bijdrage in het levensonderhoud van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dient te betalen van € 95,- per kind per maand en een bijdrage voor de andere kinderen van € 115,- per kind per maand,
Beoordeling
(behoefte totaal)/ 2)). Omdat sprake is van een draagkrachttekort van afgerond € 336,- per maand ten aanzien van [minderjarige 3] en [minderjarige 1] (€ 671,- / 2), wordt het tekort aan beide ouders voor de helft toegerekend. De helft van het tekort komt in mindering op de zorgkorting van de vader. Dit betekent dat hij nog recht heeft op een zorgkorting van € 20,- in totaal voor [minderjarige 3] en [minderjarige 1] (€ 188,- -/- €168,-), ofwel € 10,- per kind.
(behoefte totaal)/ 2)). Omdat ook ten aanzien van [minderjarige 4] en [minderjarige 5] sprake is van een tekort van € 336,- en dit tekort ten minste twee keer zo groot is als de zorgkorting, vervalt de zorgkorting van de vader ten aanzien van deze kinderen. De vader zal daarom maximaal, naar zijn draagkracht, moeten bijdragen in de behoefte van [minderjarige 4] en [minderjarige 5] .
Beslissing
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats] ;
- ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geen vaste zorgregeling zal gelden;
- [minderjarige 3] een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondagavond na het eten bij de vader zal zijn;
- [minderjarige 4] en [minderjarige 5] een zaterdag per veertien dagen in het weekend dat [minderjarige 3] niet bij de vader is, van 10.00 uur tot 16.00 uur bij de vader zullen zijn;
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2026.