De man en vrouw, beiden onder bewind, zijn gehuwd en ouders van een minderjarige geboren in 2016. Tijdens hun echtscheidingsprocedure verzochten zij voorlopige voorzieningen omtrent het gebruik van de echtelijke woning en de zorg voor het kind.
De rechtbank overwoog dat vanwege spanningen in de woning en het belang van het kind het wenselijk is dat de ouders niet samen in de woning verblijven, maar het kind wel in de vertrouwde omgeving blijft. De vrouw werkt parttime en is daardoor meer beschikbaar voor de dagelijkse zorg, waardoor het kind aan haar wordt toevertrouwd en zij het exclusieve gebruik van de woning krijgt. De man krijgt een termijn van drie maanden om een andere woning te vinden.
De voorlopige zorgregeling bepaalt dat het kind drie weekenden per maand van vrijdag na school tot maandag naar school bij de man verblijft, omdat de man nog geen zelfstandige woonruimte heeft. De man zal vanaf 1 april 2026 een voorlopige kinderalimentatie van €100 per maand betalen. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af.