Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11010

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/09/682278 / FA RK 25-2142
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens onmogelijkheid gezamenlijke gezagsuitoefening

Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na de echtscheiding oefenden zij gezamenlijk gezag uit. De vader is sinds 2017 geëmigreerd naar het buitenland en woont daar met een nieuw gezin. De moeder heeft de kinderen als hoofdverblijfplaats en onderhoudt geen contact met de vader, die niet is verschenen ondanks behoorlijke oproeping.

De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, omdat overleg met de vader niet mogelijk is en dit problemen oplevert bij het regelen van zaken zoals vakanties en schoolzaken. De rechtbank stelt vast dat het gezamenlijk gezag alleen kan worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem raakt tussen de ouders of indien wijziging in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank oordeelt dat het belang van de kinderen vereist dat de moeder zelfstandig beslissingen kan nemen, omdat de vader feitelijk geen invulling geeft aan het gezag en overleg onmogelijk is. Daarom wordt het verzoek toegewezen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank kent de moeder het eenhoofdig gezag toe over de minderjarige kinderen en beëindigt het gezamenlijk gezag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2142
Zaaknummer: C/09/682278
Datum beschikking: 30 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 20 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.R.L.V.M. Kruik te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
volgens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) sinds 17 augustus 2017 geëmigreerd naar een onbekende verblijfplaats in het buitenland.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het bericht van 1 april 2025 van de moeder;
- de productie, ingediend op 3 april 2025 door de moeder;
- de producties, ingediend op 17 april 2025 door de moeder;
- het F9 formulier van 18 april 2025 met bijlage van de moeder;
- de productie, ingediend op 28 april 2025 door de moeder;
- het F9 formulier van 9 mei van 2025 van de moeder;
- de twee berichten van 10 september 2025 van de moeder;
- de checklist deelname Wijkrechtspraak, ingekomen op 6 november 2025.
Op 2 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de tolk M. Sivridag en namens de Raad voor de Kinderbescherming [naam] .
In de Basisregistratie Personen staat de vader opgenomen als niet-ingezetene (RNI) met een onbekende verblijfplaats in het buitenland. De vader is openbaar opgeroepen door middel van een advertentie in de op 23 december 2025 verschenen editie van de Staatscourant met nummer 44942. Ook is een oproep voor de zitting verzonden naar het bij de moeder bekende adres van de vader in België en het bij de moeder bekende e-mail adres van de vader. De vader is, ondanks dat hij op de juiste wijze is opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarige [de minderjarige 1] en de minderjarige [de minderjarige 2] hebben met de rechter gesproken over het verzoek.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • haar met het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te belasten, met beëindiging van het gezag van de vader;
  • te bepalen dat elke partij de eigen kosten van de procedure zal dragen.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 3 augustus 2012 tot 18 juli 2017.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] .
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De vader heeft de Nederlandse en de Turkse nationaliteit en de moeder heeft de Turkse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 14 juni 2017 is – voor zover hier aan de orde – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het aangehechte ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking.
- Bij beschikking van 7 juli 2021 van deze rechtbank is aan de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen op vakantie te gaan naar Turkije van 15 juli 2021 tot 5 augustus 2021.
- Volgens het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van deze rechtbank gedaan op de zitting van 21 juni 2022 is toestemming verleend aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, ten behoeve van een vakantie naar Turkije in de periode van 3 juli 2022 tot en met 29 juli 2022 met de kinderen.

Beoordeling

Gezag
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek over het gezag.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom slechts worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat het gezag over een kind gezamenlijk door de ouders wordt uitgeoefend. Voor gezamenlijk gezag is echter wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen.
De moeder heeft aangevoerd dat de kinderen de vader al ruim vier jaar niet gezien hebben. De moeder heeft ook geen contact met de vader over de kinderen. De vader woont inmiddels in [land] met een nieuw gezin. Er is volgens de moeder in het verleden veel gebeurd tussen haar en de vader en de moeder geeft aan (nog steeds) bang te zijn voor de vader. Constructief overleg met de vader over de kinderen is daardoor niet mogelijk. Als voorbeeld heeft de moeder gegeven dat het niet lukt om samen met de vader zaken voor de kinderen te regelen met toestemmingsformulieren. Zij heeft om die reden procedures moeten voeren om vervangende toestemming te krijgen om met de kinderen op vakantie naar Turkije te kunnen gaan. Ook voor het aanvragen van een paspoort voor de kinderen was het inschakelen van een advocaat nodig. Op de zitting heeft de moeder toegelicht dat het uiteindelijk wel gelukt is om [de minderjarige 1] in te schrijven op de middelbare school zonder dat de handtekening van de vader nodig was. De moeder maakt zich zorgen dat deze situatie met de vader in de toekomst (nog meer) problemen gaat opleveren als zijn toestemming nodig is voor het regelen van schoolzaken en medische zaken voor de kinderen. Daarom verzoekt de moeder haar te belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag toewijzen. Hoewel gezamenlijk gezag het uitgangpunt is, is de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag over de kinderen in hun belang noodzakelijk is. Onweersproken is dat de vader geen deel meer uitmaakt van het leven van de kinderen en dat overleg tussen de moeder en de vader over zaken die geregeld moeten worden voor de kinderen niet mogelijk is. De vader geeft feitelijk geen invulling aan het gezag over de kinderen. De vader is ook niet in de procedure verschenen, ondanks dat hij daartoe behoorlijk is opgeroepen. Hierdoor kunnen zaken voor de kinderen niet geregeld worden, bijvoorbeeld vakanties naar het buitenland of het aanvragen van een paspoort. Het is belangrijk dat beslissingen voor de kinderen wel kunnen worden genomen, ook voor schoolzaken en medische kwesties. Het is in het belang van de kinderen dat de moeder zulke beslissingen voortaan zelfstandig kan nemen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1989 te [geboorteplaats 3] , het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ;
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door
mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 maart 2026.