ECLI:NL:RBDHA:2026:1094
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Op 26 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een asielaanvraag. Eiser, vertegenwoordigd door mr. J. Oosterhof, had beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat deze niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag van 22 februari 2024. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld. Volgens de wettelijke voorschriften kan een beroepschrift worden ingediend wanneer het bestuursorgaan in gebreke blijft en er twee weken zijn verstreken na een schriftelijke ingebrekestelling. De minister is verplicht om binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag te beslissen. Eiser had eerder, op 17 juni 2025, al beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, welke door de rechtbank Amsterdam gegrond was verklaard. De minister was opgedragen om uiterlijk op 22 november 2025 een besluit te nemen. Echter, voordat deze termijn was verstreken, diende eiser op 20 november 2025 een nieuw beroep in, wat te vroeg was en niet voldeed aan de vereisten. De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was. De minister werd niet verplicht om de proceskosten aan eiser te vergoeden. De uitspraak werd openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.