Verzoeker heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot wijziging van zijn voornaam en vaststelling van zijn geboortegegevens. De rechtbank Limburg verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Den Haag. Verzoeker, een vluchteling die in Nederland woont, kon geen geboorteakte overleggen omdat deze niet in de Nederlandse registers voorkomt.
De rechtbank Den Haag beoordeelde het verzoek op basis van Nederlands recht en stelde vast dat verzoeker voldoende heeft onderbouwd dat hij niet over een geboorteakte beschikt. Op grond van de beschikbare stukken en de omstandigheden waaronder verzoeker is geboren, stelde de rechtbank ambtshalve de geboortegegevens vast, waaronder de oorspronkelijke geslachtsnaam die verzoeker in het buitenland droeg.
Daarnaast werd het verzoek tot voornaamswijziging toegewezen omdat verzoeker een zwaarwichtig belang had, onder meer vanwege negatieve associaties met zijn huidige voornaam en zijn wens om bij zijn aanstaande huwelijk niet met die naam geconfronteerd te worden. De gevraagde voornaam is geoorloofd volgens de wettelijke maatstaven. De rechtbank wees het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.