Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot vaststelling van zijn geboortegegevens voor het opmaken van een geboorteakte, omdat hij geen originele geboorteakte kan overleggen. Hij stelt in 1988 als politiek vluchteling naar Nederland te zijn gekomen zonder paspoort of geboorteakte van zijn geboorteland. De ambtenaar van de burgerlijke stand voerde verweer dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd van een toegekende asielstatus of het ontbreken van een geboorteakte.
De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en vastgesteld dat verzoeker niet heeft aangetoond dat hij vóór zijn naturalisatie een asielstatus had, noch dat hij een geboorteakte niet kan verkrijgen. Verzoeker heeft ook geen contact met de autoriteiten van zijn geboorteland aangetoond. Hoewel verzoeker inmiddels zijn geboortedatum in de Basisregistratie Personen heeft laten wijzigen en een nieuw paspoort bezit, acht de rechtbank dit onvoldoende voor het vaststellen van de geboortegegevens.
De rechtbank betreurt dat verzoeker en zijn advocaat niet zijn verschenen op de zitting om het verzoek toe te lichten. Gelet op het ontbreken van bewijs wijst de rechtbank het verzoek af. De beslissing is genomen op basis van de stukken zonder mondelinge behandeling.