Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10915

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/09/682744 / FA RK 25-2392
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:28 BWArt. 1:28a BWArt. 1:28b BWArt. 1:28c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging geslachtsvermelding in geboorteakte naar 'X' en voornaamswijziging

Verzoeker, een persoon met de Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Nederland, verzoekt de rechtbank om de geslachtsvermelding in de geboorteakte te wijzigen naar 'X' vanwege een non-binaire genderidentiteit, en tevens om een voornaamswijziging. Hoewel de wet geen expliciete mogelijkheid biedt voor een genderneutrale registratie, past de rechtbank artikel 1:28 tot Pro en met 1:28c BW analoog toe, mede vanwege het ontbreken van verweer van de ambtenaar en de maatschappelijke ontwikkelingen.

De rechtbank beoordeelt dat de overgelegde verklaringen van het Genderteam van het Amsterdam UMC en een aanvullende verklaring van een NIP-psycholoog voldoende onderbouwing bieden voor het verzoek, ook al voldoen deze niet volledig aan de formele eisen van artikel 1:28a BW. De rechtbank weegt het individuele belang van verzoeker zwaarder dan het algemene belang van strikte wettelijke handhaving.

De gevraagde voornaamswijziging wordt eveneens toegewezen omdat deze geoorloofd is volgens artikel 1:4, tweede lid, BW. De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gelast de geboorteakte aan te passen conform de beschikking. De uitspraak is gedaan door rechter C. Witteman op 7 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van de geslachtsvermelding in de geboorteakte naar 'X' en de voornaamswijziging toe.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2392
Zaaknummer: C/09/682744
Datum beschikking: 7 april 2026

Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte en voornaamswijziging

Beschikking op het op 27 maart 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] , nu geheten: [naam 1] ,

hierna te noemen: [naam 1] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Jakobs te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 15 augustus 2025 van de ambtenaar;
- de brief van 3 oktober 2025, met bijlage, namens [naam 1] ;
- de brief van 23 oktober 2025, met bijlage, namens [naam 1] ;
- het bericht van 30 oktober 2025, met bijlage, namens [naam 1] ;
- de brief van 3 december 2025 van de ambtenaar;
- de brief van 27 maart 2026, met bijlagen, namens [naam 1] ;
- de brief van 30 maart 2026 van de ambtenaar.

Verzoek

[naam 1] verzoekt de rechtbank:
de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten om aan de geboorteakte een
latere vermelding toe te voegen van wijziging in het geslacht, in die zin dat het
geslacht zal zijn: “X”;
de wijziging van de voornaam van [naam 1] te gelasten van “ [voornaam 1] ” naar “ [voornaam 2] ”;
ten aanzien van het onder I. en II. verzochte een zodanige beslissing te nemen als
de rechtbank juist acht.
De ambtenaar refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Feiten

- Op de akte van inschrijving van buitenlandse akte van [naam 1] , aktenummer
[aktenummer] van het jaar 2025, staat vermeld dat “ [verzoekster] ” is geboren op
[geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] , [land] , en staat bij geslacht vrouwelijk
vermeld.
- [naam 1] heeft in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- Bij Koninklijk Besluit van 22 januari 2026 (nummer [nummer] ) is de
geslachtsnaam gewijzigd van Frangidou in [naam 1] .

Beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht
Omdat [naam 1] in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel
3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht om kennis te nemen van het verzoek.
De rechtbank Den Haag is relatief bevoegd aangezien het verzoek ziet op wijziging van een geboorteakte die is ingeschreven in het arrondissement van de rechtbank Den Haag.
Op het verzoek tot wijziging van het geslacht van [naam 1] is Nederlands recht van toepassing, omdat [naam 1] de Nederlandse nationaliteit heeft.
Inhoudelijke beoordeling
Wijziging vermelding geslacht
Ter onderbouwing van het verzoek voert [naam 1] aan dat in de loop van de jaren duidelijk is geworden dat [naam 1] zich niet identificeert specifiek als man of specifiek als vrouw. [naam 1] heeft een non-binaire beleving van diens gender. [naam 1] heeft hier in een brief een nadere toelichting op gegeven. [naam 1] is ook officieel gediagnosticeerd met genderdysforie, zoals blijkt uit diens overgelegde verklaringen van het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (‘Gender team’) van het Amsterdam UMC van 25 en 26 februari 2025. Voor [naam 1] is het belangrijk dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met diens sociale en dagelijkse werkelijkheid. Om die reden verzoekt [naam 1] om de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand te gelasten om aan diens geboorteakte een latere vermelding van wijziging van het geslacht toe te voegen, waarbij het geslacht zal worden aangeduid met ‘X’.
De rechtbank overweegt dat de wet op dit moment geen mogelijkheid biedt om het onderhavige verzoek toe te wijzen, aangezien er geen wettelijke bepaling bestaat die het voor non-binaire personen mogelijk maakt zich als genderneutraal te registreren.
Voor transgenders is het evenwel mogelijk om de geslachtsaanduiding op grond van artikel 1:28 tot Pro en met 1:28c van het Burgerlijk Wetboek (BW) te verbeteren, maar daarbij kan alleen worden gekozen voor “vrouwelijk (F)” of “mannelijk (M)” en niet voor een genderneutrale optie.
Zoals in de uitspraak van deze rechtbank van 16 december 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:24053) is toegelicht levert het ontbreken van deze mogelijkheid een ongeoorloofde onderscheid op tussen transgender en genderneutrale personen en aldus een onderscheid naar geslacht zoals bedoeld in artikel 26 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 lid 2 van Pro het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het verzoek van [naam 1] , het feit dat de ambtenaar op dit punt geen verweer voert en mede gelet op de (stagnerende) ontwikkelingen bij de wetgever, het individuele belang van [naam 1] bij de mogelijkheid tot verbetering van de geboorteakte zwaarder weegt dan het algemene belang van strikte handhaving van de huidige wettelijke regeling.
De rechtbank zal artikel 1:28 tot Pro en met 1:28c BW daarom analoog toepassen op het verzoek van [naam 1] .
Deskundigenverklaring
Op grond van artikel 1:28a BW moet bij een verzoek om wijziging van het geslacht naar het andere geslacht in de geboorteakte een deskundigenverklaring worden overgelegd. Bij analoge toepassing van dit artikel in situaties waarin iemand zich identificeert als non-binair, is in beginsel dus een deskundigenverklaring vereist. Die verklaring houdt in dat de betrokkene bij de deskundige heeft verklaard de overtuiging te hebben een genderneutraal geslacht te hebben en er tegenover de deskundige blijk van heeft gegeven diens voorlichting omtrent de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen en de wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte weloverwogen te blijven wensen. Uit het “Besluit aanwijzing deskundigen transgenders” blijkt dat er maar enkele deskundigen zijn aangewezen die deze verklaring mogen afgeven. Daaronder valt het het Kennis- en Zorgcentrum voor genderdysforie van het Amsterdam Universitair Medische Centra (Amsterdam UMC) te Amsterdam.
Aanvullend heeft [naam 1] een verklaring overgelegd van 12 maart 2026 van [naam 2] , NIP-psycholoog, verbonden aan PSYNT.
Hoewel de overgelegde verklaringen ieder op zich niet volledig voldoen aan de deskundigenverklaring in de zin van artikel 1:28a BW, is de rechtbank van oordeel dat [naam 1] hiermee wel voldoende heeft onderbouwd dat die de overtuiging heeft een non-binaire persoon te zijn. Zo blijkt uit de verklaring van [naam 1] dat die al langere tijd niet in het hokje ‘man’ en ook niet in het hokje ‘vrouw’ past. Daarnaast ondersteunen de overgelegde verklaringen van het (Genderteam van het) Amsterdam UMC van 25 en 26 februari 2025 deze non-binaire beleving van [naam 1] . In deze verklaringen is echter niet terug te lezen dat [naam 1] er tegenover de deskundigen blijk van heeft gegeven hun voorlichting omtrent de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen. Dit wordt wel verklaard in de aanvullende verklaring van 12 maart 2026 van de NIP-psycholoog. Deze psycholoog is echter geen in artikel 1:28a BW genoemde deskundige. In de hiervoor genoemde uitspraak van deze rechtbank is toegelicht dat en waarom de rechtbank niet verlangt dat de deskundigenverklaring voldoet aan de eisen van artikel 1:28a BW. Onder verwijzing naar die motivering komt de rechtbank tot het oordeel dat de verklaring van de de NIP-psycholoog meegenomen kan worden als onderbouwing van het verzoek van [naam 1] .
Gelet hierop zal de rechtbank dan ook de ambtenaar gelasten om aan de geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: “X”.
Voornaamswijziging
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging. De gevraagde voornaam is geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4, tweede lid, BW. De rechtbank zal het verzoek derhalve toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage om aan de geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die
zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’;
*
gelast de wijziging van de voornaam in die zin dat de voornaam zal luiden: “ [voornaam 2] ”.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 april 2026.