ECLI:NL:RBDHA:2026:10879
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruiming huurders en gehengen en gedogen door eigenaar woning
De eigenaar van een woning vorderde in kort geding de ontruiming van huurders die de woning bewonen op basis van huurovereenkomsten gesloten met een derde, die de woning beheert en verhuurt. De eigenaar stelde dat deze derde geen toestemming had om de woning te verhuren en dat de huurders geen recht of titel hadden om te verblijven.
De verhuurder, tevens broer van de eigenaar, voerde aan dat hij toestemming had gekregen om het pand te verbouwen, beheren en verhuren, en dat de huurovereenkomsten rechtsgeldig zijn. Hij stelde dat de eigenaar jarenlang op de hoogte was en de verhuur gedoogde. De voorzieningenrechter oordeelde dat niet kan worden uitgesloten dat de verhuurder bevoegd was tot verhuur en dat de huurders gerechtvaardigd mochten vertrouwen op deze bevoegdheid.
De voorzieningenrechter wees de vordering tot ontruiming af, mede vanwege het zwaarwegende belang van de huurster met een minderjarig kind dat speciaal onderwijs volgt. Tevens werd de eigenaar veroordeeld te gehengen en gedogen dat de huurders in de woning blijven wonen en de huur aan de verhuurder blijven voldoen totdat in de bodemprocedure anders wordt beslist. De proceskosten werden verdeeld conform de familierechtelijke aard van het geschil.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de huurders wordt afgewezen en de eigenaar moet gehengen en gedogen dat de huurders blijven wonen en huur betalen aan de verhuurder totdat de bodemprocedure is beslist.