Eiser heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat het terugnameverzoek van de minister te laat is ingediend, omdat de termijn van drie maanden begon te lopen bij het eerste concrete aanknopingspunt dat de status van eiser in Bulgarije was ingetrokken.
De rechtbank weegt twee officiële documenten uit Bulgarije, waarvan het eerste een minder scherpe foto betreft maar wel een paraaf bevat, en het tweede een duidelijker en ondertekend stuk is. De rechtbank vindt dat het eerste stuk voldoende aanknopingspunt biedt om de termijn te laten starten, waardoor het terugnameverzoek te laat is gedaan.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.